Menu Close

‘Vertellen over het misbruik is het grootste wat ik kon doen voor mezelf’

Samen met vijf opvanghondjes woont Esther in een houten huisje in het bos aan de rand van het stadje Culemborg. Met hond Senna doet ze mee aan dog dance wedstrijden: dansen op muziek. Als ze samen met Senna beweegt op muziek uit Beauty and the beast – zij verkleed als ober met strikje, dienblad en vlinderstrikje – dan voelt ze zich weer even de extraverte Esther die ze tot haar veertiende was.

Op haar veertiende begon het misbruik door haar stiefvader Gerrit. Haar moeder leerde hem een paar jaar daarvoor kennen. ‘Ik vond het een leuke, fijne man en kon het goed met hem vinden. Hij was net als ik een dierengek. Hij had zelf al twee oudere kinderen en daar konden m’n broer en ik ook goed mee opschieten. Het was altijd gezellig bij ons thuis. Op feestdagen en verjaardagen kwam iedereen aanwaaien. Dan werd de vriezer opengetrokken en bleven ze allemaal eten. M’n moeder verzuchtte dan ook vaak dat ze zo gelukkig was met ons als gezin.’

Misbruiken

Dat Gerrit haar begon te misbruiken, overviel Esther dan ook compleet. ‘De eerste keer dat het gebeurde was tijdens een zomervakantie in Spanje. Ik was alleen met Gerrit in ons vakantiehuisje en dacht: wat gebeurt hier? Ik had bij wijze van spreken net m’n barbiepoppen opgeruimd. Ik was nog helemaal niet met jongens bezig. En ineens stond mijn wereld op z’n kop. Na die eerste keer, liep ik in paniek liep naar buiten en vroeg me af: wat nu? Wat er voorgevallen was, kon niet. Ik moest dit aan m’n moeder vertellen. Ik liep terug, opende de deur van het vakantiehuisje en hoorde haar stem al. Ze was aan het borrelen met een vriendin aan de rand van het zwembad. En voordat ik m’n mond kon opendoen, zei ze: ‘Ha Es, kom er gezellig bij zitten!’ Ik wilde de gezelligheid niet verpesten, dus zei ik niets. Weg kans.’

De gezelligheid thuis bleef. Het misbruik ook. Twee jaar lang. ‘Ik vertelde het aan niemand. Ik heb herinneringen aan wat er in die periode is gebeurd. Maar heb daar totaal geen gevoel bij. Ik had echt een knop omgezet. Stond in mijn overlevingsstand. Toen het misbruik startte, zat ik op het wo en dat ging goed. Maar in het dat jaar kreeg ik ineens zes onvoldoendes op m’n rapport. En, vreemd genoeg, stelde niemand daar vragen over.

In die periode kreeg ik ook m’n eerste hond, Mushka. Ik had daar al twee jaar om gezeurd en ineens mocht ik van Gerrit een hond. Achteraf denk ik: waarschijnlijk een paaimiddel. Mushka  was een opvanghond. Ze had jarenlang opgesloten gezeten in een schuur en was bijna dood toen ze haar vonden. Ik kon al m’n liefde in haar stoppen. In die periode had ik elke dag zware hoofdpijn. Maar als ik met Mushka  de deur uitliep, voelde ik me ontspannen en ging die hoofdpijn weg.

Mijn bed, dat een veilige plek zou moeten zijn maar het niet was.

Overleven

Op m’n zestiende stopte het misbruik. De laatste keer dat hij me wilde misbruiken was ’s nachts. Ik hoorde hem mijn kamer binnenlopen en voelde dat hij bij me in bed kroop. Mijn bed, dat een veilige plek zou moeten zijn maar het niet was. Ik kon ruiken dat hij had gedronken en ik raakte in paniek. Ik verzon snel dat ik naar de wc moest en liep naar hun slaapkamer, waar mijn moeder in bed lag. Ik zie mezelf daar nog staan. Aan de zijkant van haar bed. Terwijl zij sliep. En ik dacht: nu moet ik haar wakker maken en vertellen dat Gerrit in mijn bed ligt. Maar ook hij kwam binnen en mijn moeder werd wakker. Toen is het misbruik gestopt. Mijn moeder is nooit meer op dat voorval teruggekomen.

M’n leven was tijdens en na het misbruik overzichtelijk genoeg om te kunnen overleven. Ik ging van het vwo naar de havo en daarna begon ik met hbo-verpleegkunde. Dat ging goed totdat ik stage ging lopen. Om te overleven had ik een grote muur om mezelf heen gebouwd. Ik wilde onzichtbaar zijn. Maar daardoor kon ik niet aan zelfreflectie doen en daardoor haalde ik mijn stage niet. In m’n tweede jaar lukte dit ook niet en daardoor moest ik van school. Ik ging werken met dementerende bij de zorginstelling waar m’n moeder al werkte. Het salaris dat ik verdiende, zette ik opzij zodat ik zo snel mogelijk uit huis kon gaan. Want ik was altijd bang dat het misbruik weer zou beginnen. Dat Gerrit weer zou komen. Hij heeft natuurlijk nooit gezegd: ‘Zo, nu is het klaar.’

Therapie

Zes jaar geleden, op m’n vierentwintigste, ben ik in therapie gegaan. Mijn therapeute zei altijd: er komt een moment dat je gaat voelen dat het moment er is om aan je familie te vertellen dat je bent misbruikt. En dat moment kwam – volledig ongepland – op Gerrits verjaardag.

Toen werd ik zo ontzettend boos van binnen. Ik dacht: Waar haal jij het lef vandaan om zoiets te zeggen?

De avond voor zijn verjaardag zaten we ’s avonds allemaal bij elkaar in de huiskamer. Gerrit had al een borreltje op en begon over mij te praten. ‘Esther doet het allemaal zo goed. Die heeft zelfs geen vriendje. Die richt zich op school. En die denkt zo goed na.’ Toen werd ik zo ontzettend boos van binnen. Ik dacht: Waar haal jij het lef vandaan om zoiets te zeggen? Jij weet waardoor het komt dat ik geen vriendje heb. Waarom ik leef zoals ik leef. Kokend van woede vertrok ik naar m’n slaapkamer.

Na een lange, onrustige nacht was ik vastberaden. Ik ging m’n moeder vertellen. ’s Ochtends vroeg zaten we allemaal in de woonkamer. Het was Gerrits verjaardag: we zouden gezellig gaan ontbijten en daarna zou het bezoek komen. Mijn moeder liep naar boven om een ski-jas te zoeken. In februari stond namelijk een skitrip gepland voor het twaalfenhalf jarig huwelijk van Gerrit en m’n moeder. Ik dacht: als ik het wil doen, moet ik het nu doen. Ik liep de trap op en zei tegen haar: ‘Gerrit heeft me misbruikt. ‘Wat zeg je?’, vroeg m’n moeder en ik herhaalde m’n woorden. Waarop zij m’n schoonzus riep: ‘Natas, kom even boven’.

Hij bekende

Toen ging het snel. M’n moeder kon niet meer nadenken en was volledig in paniek. Natasja niet. Die liep naar beneden waar de mannen intussen een voetbalwedstrijd keken. Onder luid protest trok ze de stekker uit het stopcontact. Ze riep m’n moeder en mij en zei: ‘Zeg het maar, Gerrit. Waarom zitten we hier?’ Gerrit speelde de onschuld zelve, maar zocht voortdurend oogcontact met me. Natasja vertelde toen mijn verhaal en hij reageerde met: ‘Elk verhaal heeft twee kanten.’ Die woorden vergeet ik nooit meer. Hij zei niet: ‘Het klopt niet.’ Maar hij bekende eigenlijk schuld. Natasja bleef rustig en zei: ‘In de auto allemaal, nu. Wij gaan naar ons huis in Nijmegen. En Gerrit, jij blijft hier. Je mag je verjaardag alleen vieren.’

Mijn grootste angst was dat iedereen zou zeggen: ‘Esther, ga jij maar weg. Wij gaan rustig verder, doen alsof onze neus bloedt.’ Maar dat gebeurde niet. De mensen om wie ik geef hebben gezegd: ‘We geloven je. We zijn er voor je.’ En mijn moeder is meteen bij Gerrit weggegaan.

Overwinning

Het is zo’n overwinning geweest. Ik raad het iedereen aan. Trek je mond open. Kom op voor jezelf. Achteraf denk ik ook: had ik het maar veel eerder gedaan. Natuurlijk moet je eerst door een rotperiode. Maar daarna wordt het leven mooier.

Langzamerhand krijg ik steeds meer het gevoel dat ik het leven leid dat ik ook had gehad, als Gerrit me niet had misbruikt. Alsof alles wat er aan extra ballast bij kwam van me afvalt. Ik wilde vroeger altijd dierenarts worden. Ik volg nu een hbo-opleiding diergeneeskunde voor dieren en denk er nu zelfs wel eens aan om hierna diergeneeskunde te gaan studeren. Ik had nooit durven hopen dat ik dat nog eens zou overwegen.

Eerlijke feedback

Ik ben nog steeds in therapie. En een van de dingen waar ik hard aan werk, is het trekken van m’n grenzen. ‘Nee zeggen vind ik lastig. Ik oefen nieuw gedrag vaak eerst met m’n honden. Dieren geven eerlijke feedback. Ze hebben geen verborgen agenda. Ik heb een hond Jos. En hij is echt het tegenovergestelde van hoe ik altijd geweest ben. Hij denkt: de wereld is leuk en ik ben de koning van de wereld. Als ik zijn gedrag niet begrens, gaat hij 10 stappen te ver. Hij heeft het nodig dat ik zeg: ‘Nee, nu niet. We doen wat ik zeg. Hier is de grens.’ Hij reageert daar heel goed op. Ik denk vaak dat de wereld vergaat als ik nee zeg. Maar Jos heeft meestal zoiets van: ‘Oké, prima’ en speelt vrolijk verder.’

‘Het is nooit te laat is om te beginnen met het verwerken van je jeugd’

‘Ik weet nog dat de keer dat mijn vader me voor de laatste keer sloeg. Dat is een kantelmoment in onze relatie geweest.

Het was zomer en we waren op vakantie in een huisjespark. Ik was twaalf. Tijdens die vakantie kreeg ik oog voor hoe vreemd het was wat hij deed. Ik dacht: ‘Dit klopt niet meer.’ Misschien ook omdat ik fysiek sterker was geworden. Ik voelde dat ik afstand van hem nam. Dat ik niet meer met de ogen keek van een kind die iets als vanzelfsprekend ervaart, maar met de ogen van een volwassene. Ik denk dat hij dat ook voelde.

Mijn ouders waren ontzettend streng. ‘Omdat ik het zeg’ en ‘dit is voor je eigen bestwil’, zijn uitspraken van m’n ouders die me meteen te binnen schieten als ik aan m’n jeugd denk. Ze  zeiden dat bijvoorbeeld als ze wilden dat ik vroeg thuiskwam van uitgaan. Ze blokkeerden met die opmerkingen alle redelijkheid. Ze zeiden eigenlijk: ‘We geven je geen uitleg. Je moet ons gehoorzamen. Jouw welbevinden ligt in onze handen.’ Terwijl op die momenten mijn welbevinden natuurlijk helemaal niet hun belang was. Ik weet nog hoe gefrustreerd ik me op zo’n moment voelde en dat ik dacht: dat zou je als ouders echt niet moeten zeggen.

Gesterkt

Ik herinner me ook een andere keer dat ik dat gevoel sterk had. M’n vader wilde haastig met me naar huis vanuit een winkelcentrum.  En ik moest snel, tussen twee auto’s door, oversteken. Hij pakte me vast in m’n nek en zei iets in de trant van ‘verdomme, schiet op’. Twee wegwerkers hoorden het, en schreeuwden vanuit hun kuil. ‘Hee joh, het is nog maar een kind’. Mijn vader reageerde afwijzend op hen en ik schaamde me. Tegelijkertijd voelde ik me ook gesterkt. Wat ik dacht, bleek te kloppen: mijn vader was veel te streng.

Op m’n zeventiende ben ik weggelopen van huis en heb ik een half jaar bij de ouders van een vriend gewoond. Ik woonde daar net toen ik toevallig mijn kleuterjuf tegenkwam. Juf Maartje. Sinds de lagere school had ik haar niet meer gezien. Ze vroeg hoe het ging en ik zei: ‘Ik ben weggelopen’. Waarop zij zei: ‘Dat begrijp ik wel. Ze waren veel te streng’. Dat zij, een professional in opvoeden, die mij een paar jaar van nabij heeft meegemaakt, dat als eerste zei, sterkte me ook.

Beheersing

Daarna heb ik nog even bij m’n ouders thuis gewoond, maar de sfeer was kil. Ik besloot dat ik op kamers ging in Utrecht. Mijn vertrek uit huis verliep onder hoogspanning. Ik mocht alleen maar spullen meenemen die ik voor m’n verjaardag had gekregen. En als dat niet zo was, moest ik die spullen van ze overkopen, zoals m’n bureau. Ik ben de discussie hierover niet met ze aangegaan. Ik wilde m’n beheersing bewaren. Ik wilde ze niet laten blijken dat ik geraakt was. Ik gunde ze geen blik in m’n gevoelsleven.

En die blik in m’n gevoelsleven heb ik ze ook nooit meer gegeven. Verdriet deel ik niet met ze. Maar ook dingen waarop ik trots op ben of waar ik succesvol in ben, vertel ik ze niet. Een raar mechanisme is dat eigenlijk. Dat m’n ouders zelf afstand creëerden en dat die afstand zich uiteindelijk tegen henzelf keerde.

Therapie

Toen ik ging studeren, ben ik in therapie gegaan. Ik moest onder ogen zien wat ze met me hadden gedaan en hoe pijnlijk en schadelijk dat was. Ik leerde inzien wat voor patronen mijn ouders in me gedrukt hebben. En stelde vaak de vraag: wat ik nu voel, heeft dat met mijn ouders of met mijn opvoeding te maken? Ik was bijvoorbeeld vaak bang om een discussie aan te gaan met medestudenten. Discussiëren voelde onveilig. Ik realiseerde me dat dit kwam omdat mij was duidelijk gemaakt dat ik niet kon discussiëren met mijn ouders. Een discussie was verboden terrein.

Mishandelende ouders 

Vijf jaar geleden werd ik zelf vader van een zoon. Of ik bang ben geweest om in hun patroon terecht te komen? Nee, eigenlijk nooit. Mijn vader was en is gewoon überhaupt geen vergelijkingsmateriaal voor me. Mijn mening over mijn vaderschap heb ik dus ook nooit afgemeten aan m’n eigen vader. Voor zover ik dat kan beoordelen, heb ik nog nooit dingen gedaan die met m’n achtergrond te maken hebben. Ik ben natuurlijk wel eens boos op m’n zoontje. En zeg bijvoorbeeld op strenge toon: ‘Nu moet het echt afgelopen zijn.’ Maar als ik dat zeg, doe ik dat heel bewust. En dat lijkt me een allereerste en grote stap die veel mishandelende ouders nooit maken omdat zij denken: ik sta in m’n volste recht.

Pleasen

Ook al heb ik veel afstand van m’n ouders genomen, ik heb soms toch nog de neiging om ze het teveel naar de zin te willen maken. Te pleasen. Ik denk dat je als kind een biologische behoefte om het goed te hebben met je ouders. Als zij daar niet voor zorgen dan kun je denken: ik maak het plaatje wel zoals ik me voorstel hoe ouders en kinderen met elkaar omgaan. Soms als ik naar m’n ouders rij dan heb ik hoop. Dan denk ik, vandaag wordt het wel gezellig, maar gezellig wordt het nooit.

Verwerken

Een tip voor anderen? Ik denk dat het nooit te laat is om te beginnen met het verwerken van je jeugd. Het is goed om nieuwsgierig te zijn naar jezelf. Ook naar je donkere kanten. Het is niet jouw schuld geweest dat die kanten er zijn.  Daar heb je niet voor gekozen. Schaam je er niet voor. Zoek het op. Ook als het in eerste instantie iets is om veel over te huilen. Doe je dat niet, dan blijven die tranen altijd ergens zitten en blijven ze misschien een effect hebben op je eigen gevoel en opvoeding van je eigen kinderen.’

‘Als je een onveilige jeugd hebt gehad, is het funest om te blijven hangen in een slachtofferrol’

‘De laatste keer dat ik mijn vader heb gezien, staat in mijn geheugen gegrift. De grote stalen deur van de omheining schoof open. Ik stond aan de ene kant van de rails. M’n vader aan de andere. Ik keek hem aan en dacht: wat ben je eigenlijk een klein ventje. Ik zei tegen hem: ‘Ik ben gekomen om afscheid te nemen. En ik wil je dit zeggen: het gaat goed met me. Ik ben moeder, ik heb een dochter en ik heb m’n weg gevonden.’ Toen ik wegliep voelde ik me meteen enorm opgelucht. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. 

De van origine Duitse Maria – Luisa groeide op in Solingen, een klein stadje in Duitsland dat bekend is van de messen en scharen die ze er maken. Haar vader is een charmante Spanjaard die in de jaren zestig als gastarbeider naar Duitsland komt. Hij gaat werken in de staalindustrie en ontmoetMaria – Luisa’s moeder, een intelligente vrouw die werkt als secretaresse. Hun dochter is een intelligent meisje dat hoge cijfers haalt op het gymnasium en in haar vrije tijd graag klarinet speelt.

Thuissituatie

Als ze in een veilige thuissituatie was opgegroeid dan zou haar leven er waarschijnlijk als volgt hebben uitgezien: ze was in Duitsland blijven wonen, had eindexamen gymnasium gedaan en een studie afgerond. Maar haar leven liep anders.

Op een ochtend sluipt Maria – Luisa in alle vroegte uit haar ouderlijk huis. De avond ervoor had haar moeder haar gevraagd: ‘Is er iets? Je bent zo stil’. Ze antwoordde ontkennend. Met aan haar hand een koffer met wat persoonlijke bezittingen loopt ze in de ochtendschemering naar het treinstation. Ze koopt een enkele reis Balkbrug waar ze wordt opgepikt door haar Duitse vriend die al vooruit is gereisd. Hij is een paar jaar ouder en Maria – Luisa is stapelverliefd op hem. Ze overnachten bij bekenden van hem. Een dag later vertrekken ze naar Amsterdam.

Wat beweegt een meisje van net zestien om weg te lopen van huis? ‘Voordat ik het besluit nam, heb ik veel pogingen gedaan om instanties in te schakelen die iets konden doen tegen al dat geweld van mijn vader. De politie, jeugdzorg en ook op school heb ik signalen gegeven dat het niet goed ging. Maar ze lieten me eigenlijk allemaal als een baksteen vallen.

Aantoonbaar Mishandeld

Ik weet nog dat ik op het politiebureau zat en m’n vader me aantoonbaar had mishandeld. Hij had de haren uit mijn hoofd getrokken. Ik dacht: ‘He he, nu kunnen ze duidelijk zien dat ik ben mishandeld. Nu gaat er vast wat gebeuren. Maar er gebeurde niets.

Ik hield m’n mond en de leraar vroeg niet door.

Ook herinner ik me dat er een schoolreisje was gepland en ik van m’n vader als straf niet mee mocht. M’n moeder en ik werden daarom uitgenodigd voor een gesprek op school. De leraar vroeg aan mij: ‘Wat is er toch met jou? Hoe kan het toch dat je cijfers zo hard achteruitgaan?’ Ik zei: ‘Mijn vader slaat me.’ Voordat ik verder nog iets kon zeggen, gaf m’n moeder me een elleboogstoot. Ik hield m’n mond en de leraar vroeg niet door.

Excuses

Jaren later, ben ik nog een keer teruggegaan naar die middelbare school. Ik liep er een van m’n favoriete leraressen, de docent biologie, tegen het lijf. Ik vertelde haar waarom ik op mijn zestiende school verliet en wegliep van huis. Ze was geschokt. En paar maanden later kreeg ik een brief van haar. Ze bood haar excuses aan en probeerde me uit te leggen waarom niemand adequaat met mijn signalen was omgegaan. Dat het pedagogisch klimaat toen anders was. Die brief heeft me goed gedaan.’

Het leven vanMaria – Luisa in Amsterdam verloopt woelig. Ze trouwt met haar Duitse vriend. Maar het is geen makkelijk huwelijk. Hij handelt in drugs en gebruikt zelf ook. In 1995 wordt hij doodgeschoten bij een benzinestation in Amsterdam-Noord. Een afrekening. Een paar jaar later krijgt ze een nieuwe vriend. Ze woont niet met hem samen, maar ze krijgen wel samen een dochter. Die relatie loopt uiteindelijk ook spaak enMaria – Luisa voedt haar dochter verder alleen op.

Jeugdherinneringen

Een paar jaar geleden kwam haar leven in een rustiger vaarwater. Ze ontmoet een nieuwe partner, met wie ze heel gelukkig is, en ze woont samen met hem en haar dochter in Schoorl. ‘De relatie tussen mij en m’n dochter is supergoed. Dat is eigenlijk al zo geweest vanaf het moment dat ze geboren is. Zo nu en dan merk ik wel dat ik bij haar opvoeding geen houvast heb aan m’n eigen jeugd. M’n dochter is nu bijvoorbeeld aan het puberen en komt vaak te laat op school. Ik herken dat helemaal niet. Op zulke moment maak ik gebruik van de jeugdherinneringen van m’n partner. Ik vraag dan aan hem. Herken jij dat gedrag? Is dat normaal?

Als ik mensen over mijn jeugd vertel, vragen ze wel eens: ‘Hoe heb je dat allemaal kunnen doorstaan?’ Ik denk dat het heeft geholpen dat ik als klein kind al dacht: het is niet normaal wat hier gebeurt. Dit hoort niet zo. Dit wil ik niet. Toen ik ouder werd, heb ik er veel over nagedacht hoe ik het beste met mijn jeugd kon omgaan. Hoe ik ervoor kon zorgen dat ik wat zorgelozer door het leven zou kunnen gaan. Als je een onveilige jeugd hebt gehad, is het funest om te blijven hangen in een slachtofferrol. Je moet het heft in eigen handen nemen. Je moet vastbesloten zijn om weer te leven zoals jij dat wil. Dat is moeilijk. Maar als je dat doet, als je echt die stap zet, dan komen er opeens dingen op je af.

Therapie

Professionele hulp zoeken is voor mij belangrijk geweest. Ik heb tien jaar therapie gehad. De eerste jaren verliepen stroef, want ik was me aan het verzetten. Ik had natuurlijk ook helemaal geen vertrouwen meer in mensen. Je kunt duizend keer roepen: ik ga het later anders doen. Maar denken alleen is niet genoeg. Je moet echt leren hoe je het anders moet doen. Ik was zelf bijvoorbeeld helemaal niet gewend om conflicten goed op te lossen. Dat heb ik echt moeten leren. Nu kan ik echt op een gezonde manier ruzie hebben met m’n dochter.

Zelfverdediging

Verder heeft vechtsport me veel goed gedaan. Daar begon ik zo’n twintig jaar geleden mee. Ik begon met een cursus zelfverdediging bij Kenau aan de Overtoom en merkte dat ik veel kracht in me had. Leren incasseren en uitdelen. Dat vond ik fascinerend. Ik was er goed in. In karate haalde ik al snel band na band. Door een schouderblessure ben ik daarmee gestopt, maar ik geef nu zelfverdedigingstrainingen aan vrouwen en aan middelbare scholieren. Ik leer ze dat ze zich ook in gevaarlijke situaties niet onderdanig moeten gedragen.’

 

 

Sufjan Stevens ‘Nothing can be changed’

Een paar weken geleden luisterde ik voor het eerst naar Carrie & Lowell. Het veelgeprezen (en terecht!) album van de Amerikaanse muzikant Sufjan Stevens. Hij schreef het album om de dood van zijn moeder te verwerken die in 2012 overleed aan kanker.

Sporadisch

De titel van het album verwijst naar de namen van z’n moeder – Carrie- en stiefvader – Lowell. Z’n moeder was alcoholist, schizofreen en bipolair. Ze verliet het gezin toen Sufjan 1 jaar oud was. Hij groeide op met z’n vader en stiefmoeder. In een gezin waar weinig ruimte was voor intimiteit. Met z’n moeder had hij weinig contact. Zo nu en dan kreeg hij een brief van haar en sporadisch zag hij haar. Maar hij vroeg zich altijd af: Waar is ze en wat doet ze?’.

‘There’s such a discrepancy between my time and relationship with her, and my desire to know her and be with her.’

In een interview dat ik las op de muzieksite Pitchfork zegt Sufjan over zijn moeder: ‘As a kid, of course, I had to construct some kind of narrative so I’ve always had a strange relationship to the mythology of Carrie, because I have such few lived memories of my experience with her. There’s such a discrepancy between my time and relationship with her, and my desire to know her and be with her.’

Discrepantie

Die laatste zin is blijven hangen in m’n hoofd: De discrepantie tussen de tijd die hij met haar doorbracht en de relatie die hij met haar had aan de ene kant en zijn verlangen om haar beter te leren kennen en samen met haar te zijn aan de andere kant. Werkelijkheid en fantasie lagen bij hem dus mijlenver uit elkaar. Ik denk dat veel kinderen die zijn opgegroeid in een onveilige thuissituatie deze discrepantie herkennen.

Het mooie van zijn verhaal vind ik dat hij niet verbitterd overkomt. Integendeel. ‘You can’t change your history. But you can choose to relinquish the anger, and you can choose to recognise that there’s no perfect way to cultivate a person’, zegt hij in het interview. In het liedje ‘Should have known better’, herhaalt hij dit. ‘Nothing can be changed, zingt hij. ‘The past is still the past. The bridge to nowhere’.

Help anderen met jouw ervaring

Inside Stories is  volop in ontwikkeling. Ambities zijn er volop. We willen het online portal worden voor volwassenen die zijn opgegroeid in een onveilige thuissituatie.
Daarom horen we heel graag wat jij wil lezen op Inside Stories.

Vul de vragenlijst in

  • De vragenlijst bestaat uit 10 vragen waarin we vragen naar jouw informatiebehoefte.
  • Invullen kost niet meer dan 10 minuten.
  • Deelname is anoniem. Je hoeft geen e-mail adres in te vullen.

Doe nu mee 

Het verhaal van Anouk

Als Anouk zich rot voelt, gaat ze rennen. Het liefst lange stukken. Hardlopen is al twintig jaar haar eerste hulp bij narigheid.

‘In het jaar dat ik dertig werd ging ik voor het eerst in mijn leven in therapie. Tijdens mijn eerste gesprek met mijn therapeut, vroeg ze me hoe ik omging met stress. Ik dacht daarover na. En vertelde haar dat ik als ik me rot voel, voel dat ik moet gaan bewegen. Ik trek mijn hardloopschoenen aan en ga rennen. Het liefst lange stukken.

‘Hardlopen is mijn ‘eerste hulp bij narigheid’

Rode draad

Na dat eerste gesprek, dacht ik verder na over dat hardlopen. En bedacht me toen dat hardlopen al vanaf mijn zestiende als een rode draad door mijn leven loopt. Hardlopen is mijn ‘eerste hulp bij narigheid’. Herinneringen aan talloze hardloopmomenten kwamen boven.Die keer dat ik een nare, mail van mijn vader kreeg. Met tranen in m’n ogen was ik een flink stuk gaan rennen langs de Amstel. De eerste helft van het rondje was ik in mijn gedachten aan het razen en het tieren. En vertelde ik mijn vader flink de waarheid. Maar hoe langer ik liep, hoe meer ik m’n boosheid en verdriet voelde zakken. Ik kon weer helderder denken, ging dingen in perspectief plaatsen en concentreerde me op m’n lichaam in plaats van op m’n gedachtes.

Onveilig thuis

Of al die rondjes die ik als tiener rende over de hei. Vaak ging ik rennen na ruzies thuis. Tijdens die ruzies voelde ik me klein en nietig. Een sukkel. Maar tijdens het rennen droomde ik weg. Ik dacht aan later en zag mezelf als een globetrotter de wereld over vliegen. Ver van Drenthe. Ver van alle onveiligheid thuis. Ik voelde me sterk en krachtig, als ik de zachte grond onder m’n voeten voelde veren en de frisse buitenlucht inademde.

Andere wereld

Als ik mijn hardloopschoenen thuis weer uittrok, was de situatie niet veranderd. Maar ik wel een beetje. In gedachten was ik even in een andere wereld geweest.’

Inside Stories deelt verhalen over veerkracht. Mensen die een onveilige jeugd hebben gehad, vertellen hierin hoe ze met hun lastige jeugd hebben leren omgaan. Wil jij ook  tips en ervaringen delen? Neem contact met ons op: hallo@insidestories.nl  

Een sprankje boosheid

Hoe weet je of een kind veerkrachtig is? Deze vraag stelde ik vorige week aan een kinderpsycholoog die veel mishandelde kinderen behandelt.

Ik stelde haar die vraag omdat uit onderzoek is gebleken dat veerkrachtige kinderen beter kunnen omgaan met de gevolgen van kindermishandeling.

In de persoonlijkheidsliteratuur wordt veerkracht, resilience, ook wel gezien als een relatief stabiele eigenschap die de omgang van kinderen met hun omgeving, dus ook met een bedreigende omgeving beinvloedt.

Ze dacht zorgvuldig na over haar antwoord en zei toen:

‘Als ik merk dat er bij een kind een sprankje van boosheid is, en dat hoeft echt maar heel weinig te zijn, dan weet ik dat een kind veerkracht heeft. Als een kind boosheid kan voelen omdat hij wordt mishandeld, begrijpt het in ieder geval deels dat die mishandeling niet zijn schuld is. En dat maakt therapie makkelijker.’

Meer lezen over veerkracht? 

Lees bijvoorbeeld het onderzoek over Resilience van de University of Minnesota

Halle Barry

Ze is beeldschoon en heeft daarnaast ook nog een indrukwekkend CV, Halle Barry. Zo ontving een Golden Globe. Kreeg ze als eerste zwarte vrouw een Oscar voor haar rol in de film Monsterball. En werd in 2008 door Esquire uitgeroepen tot de meest sexy vrouw op aarde.

Daarnaast doet Halle Barry ook veel liefdadigheidswerk. Bijvoorbeeld voor het Jenesse Center in Los Angeles. Dit is een opvanghuis voor vrouwen die gevlucht zijn voor huiselijk geweld.

‘Ze bleef te lang’

De actrice steunt het Jenesse Center niet voor niets. Zo gaf ze een speech tijdens het Unite4:humanity gala waar ze een award ontving voor haar werk voor het Jenesse Center. Ze vertelde daarin: Ik was niet getrouwd met een man die me in elkaar sloeg. Maar mijn moeder was dat wel’. Ze bleef te lang en haar kinderen, mijn zus en ik, zagen teveel. Toen Halle een kleuter was, scheidden haar ouders en verloor ze het contact met haar vader.

In een interview met CNN gaat ze in op de gevolgen van het opgroeien met huiselijk geweld. ‘Ik heb me mijn hele volwassen leven beziggehouden met het lage zelfvertrouwen dat ik had. Ik voelde me ‘not worthy’. En ik heb me hele volwassen leven beziggehouden met het herstellen hiervan. Haar werk voor het Jenesse Center is onderdeel van dit herstelproces.  

Het verhaal van Mitchell

Elke keer als ik hem buiten zie staan denk ik: Ik zou wat tegen hem moeten zeggen.

Regelmatig kom ik hem tegen op straat op van die typische hangjongerenplekken bij ons in de buurt. Sigaret in z’n mond, capuchon op z’n hoofd en een blikje Red Bull in zijn hand. Soms groet hij me, maar meestal kijkt hij snel de andere kant op als hij me ziet.

Hij ziet er stoer, maar kwetsbaar uit. Mijn buurjongen. Ik heb nog nooit met hem gepraat, maar er gaat altijd een steek door mij hart als ik hem zie. Ik weet namelijk wie zijn moeder is. En zo’n moeder hebben, lijkt mij geen pretje.

Gevloek en getier

‘Ga je bek schrobben, eikel’

Zijn moeder praat namelijk niet, ze schreeuwt. Zodra ze wakker wordt begint ze te schreeuwen. Onze muren zijn goed geïsoleerd, maar toch horen we haar geschreeuw zo nu en dan. En zodra ik een stap buitenzet, hoor ik haar schelle stem met zwaar Amsterdams accent. Het schreeuwen gaat gepaard met veel gevloek en getier. Waarom ze schreeuwt? Geen idee. Ik denk dat ze het zelf ook niet weet. Af en toe hoor ik wat ze tegen haar zoon zegt. ‘Ga je bek schrobben, eikel’, is dan bijvoorbeeld zo’n flard die ik opvang. Daar bedoelt ze mee: zou je je tanden willen poetsen?

Schreeuwt 

Dit moet veel met mijn buurjongen doen. Elke keer als ik hem buiten zie staan denk ik: Ik zou wat tegen hem moeten zeggen. Iets zodat hij weet dat dit niet normaal is. Dat zijn moeder niet schreeuwt tegen hem, omdat er wat met hem aan de hand is. Maar omdat er wat met haar aan de hand is. Ik heb het nog nooit gedaan.

Ik hoor het wel, maar doe niets

De stap om daadwerkelijk actie te ondernemen voelt als groot. Zit hij er wel op te wachten als ik iets zeg? Misschien vertelt hij het tegen z’n moeder zodat het nog erger wordt.  Daarom aarzel ik om iets te ondernemen. Ik hoor het wel, maar doe niets.

Geweldloos opvoeden als je zelf bent mishandeld, kan dat?

Geweldloos opvoeden als je zelf als kind lichamelijk bent mishandeld. Kan dat? Ja, dat kan. En uit recent onderzoek door de City University of New York dat in maart is gepubliceerd in het blad Science blijkt dat dit veel vaker goed gaat dan werd verwacht.

Interessant genoeg beweerden eerdere onderzoeken juist het tegenovergestelde: ouders die waren mishandeld als kind zouden hun kinderen vaker mishandelen.

Mishandeld 

Vanwaar het verschil? Volgens hoofdonderzoeker Cathy Spatz Widom van de City University of New York kenden onderzoeken uit het verleden een aantal beperkingen. Zo werkten onderzoekers van voor naar achteren. ‘Ze startten met ouders die werden beschuldigd van mishandeling en vroegen hen of ze als kind waren mishandeld. Daardoor misten ze de ouders die ook mishandeld waren, maar zelf hun kinderen niet mishandelden’, vertelt Widom in een interview met het Amerikaanse Health day News.

Widom startte in 1986 een langlopend onderzoek naar kindermishandeling in steden in het midden en westen van de Verenigde Staten. Zij vond 908 gevallen in de jaren zestig en zeventig en volgde de slachtoffers. Zij vergeleek de cijfers met die van een controlegroep. Het risico dat mishandelde kinderen later zelf hun kinderen lichamelijk gingen mishandelen bleek even groot te zijn als het risico in de controlegroep.

Geruststelling

‘Voor ouders die zelf lichamelijk zijn mishandeld, kan dit een geruststelling zijn. Vaak denken zij dat ze gedoemd zijn tot het mishandelen van hun kind. Dat klopt dus niet. Een substantiële meerderheid mishandelt hun kind nooit’, zegt Widom. Volgens de onderzoeker zou het nu interessant zijn om te onderzoeken waarom een minderheid toch overgaat tot het mishandelen van hun kind.