Menu Close

‘Ik sta mezelf nu toe om dingen even niet te weten’

Als je de voordeur van Saskia’s huis in Everdingen uitloopt, ben je binnen een paar minuten bij de Lek. Het is geen toeval dat ze zo dicht bij een rivier woont: ze groeide op bij grote rivieren. Toen ze als tiener bij haar vader en zijn vrouw woonde, zat ze vaak aan de oevers van de IJssel. En tijdens haar studententijd in Nijmegen was ze regelmatig te vinden bij de Waal. ‘Aan het water zitten geeft me rust.’

Ook het interieur van Saskia’s huis is rustgevend. Veel licht hout. Grote glazen ramen met uitzicht op de tuin. Foto’s aan de muur. Een comfortabele, groene bank. En een kast vol boeken over uiteenlopende onderwerpen.

De tuin

‘Buiten zijn is altijd belangrijk voor me geweest. Vroeger speelde ik vaak buiten of fietste ik rondjes door de buurt. Laatst kreeg ik bij de wandelcoachopleiding die ik volg de opdracht om mijn ouderlijk huis te tekenen. Toen ik met een medestudent mijn tekening besprak, viel haar meteen op dat ik vooral de tuin had getekend. Ik heb veel goede herinneringen aan die tuin. Buiten voelde ik minder spanning en meer lichtheid.’

‘Mijn moeder was anders dan andere moeders die ik kende.’

Binnen haar ouderlijk huis was er juist vaak veel spanning, tussen haar ouders. Ze gingen uit elkaar toen Saskia negen was. Een paar jaar later kreeg haar moeder de diagnose borderline. ‘Mijn moeder was anders dan andere moeders die ik kende. Ze kon heel lief zijn. Maar soms zat ze urenlang apathisch aan tafel en keek ze in een spiegel. En ze vergat bijvoorbeeld veel van wat ik tegen haar zei. Dan had ik haar een verhaal over school verteld en vroeg ze er de dag erna opnieuw naar. Eén moment herinner ik me nog heel goed. Dat van de uitvoering van de eindmusical op de lagere school. Mijn moeder kwam toen de zaal in gekleed in een mantelpakje en op hoge hakken. Ze zag er mooi uit, hoor. Maar niet zoals de andere moeders en dát wilde ik graag.’

‘Mijn moeder en mijn zus zijn allebei onzeker en verslavingsgevoelig en ze hebben allebei periodes van extreem gedrag gekend.’

Aan de kant van haar moeders familie kwamen en komen veel psychische problemen voor. Haar oma had daar waarschijnlijk mee te kampen. De zus van haar moeder maakte een eind aan haar leven. En haar vijf jaar oudere halfzus heeft ook een borderline persoonlijkheidsstoornis. ‘Mijn moeder en mijn zus zijn allebei onzeker en verslavingsgevoelig en ze hebben allebei periodes van extreem gedrag gekend. Zo zijn ze anorexia-dun geweest, maar ook boulimia-dik.’

Extremer

Toen Saskia opgroeide, gedroeg haar moeder zich steeds extremer. ‘Hoe vaak mijn moeder wel niet is opgenomen in een psychiatrische instelling. Hoe vaak ze wel niet teveel pillen heeft genomen. Voor mij als kind was dat normaal. Ik wist niet beter.’ Maar uiteindelijk ging ze wonen bij haar vader en zijn nieuwe vrouw in Zutphen, waar alles stabieler en rustiger was.

‘Wandelend heb je andere gesprekken dan als je thuis op de bank zit.’

De band tussen Saskia en haar moeder was lange tijd niet goed. Maar ook hiervoor bleek de buitenlucht een probate oplossing te zijn. Ze gingen samen lange wandelingen maken. Dat doen ze nu al tien jaar. ‘Wandelend heb je andere gesprekken dan als je thuis op de bank zit. En ik kwam erachter dat we interesses delen en meer op elkaar lijken dan gedacht. Zo zijn we allebei spiritueel en hebben we dezelfde humor. Tijdens die wandelingen denk ik vaak: eigenlijk heb ik een hartstikke leuke moeder. Hoe ouder ze wordt, hoe veerkrachtiger ze is. Alsof ze over de borderline heen groeit.

Onbewust

Mijn achtergrond is nooit een taboe voor me geweest. Ik vond dat als mensen mij wilden kennen, ze ook mijn achtergrond moesten kennen. Maar ik denk dat daarbij nog iets anders meespeelde. Ik denk dat ik dat ik onbewust ook over mijn jeugd vertelde om zo gezien te worden. Mensen gingen zich om me bekommeren als ze mijn verhaal hoorden.’ Dat besef kreeg Saskia pas door therapie, waarmee ze twee jaar geleden startte. Ze realiseerde zich toen welke invloed haar jeugd op haar heeft gehad. ‘Mijn therapeut vroeg: “Ben je weleens boos geweest op je moeder over vroeger? Ze heeft toch in een aantal primaire behoeftes niet kunnen voorzien.” Nee, antwoordde ik toen. En ik was ook echt nooit boos op haar geweest. Ik had altijd veel begrip gehad voor haar ziekte. Maar op een gegeven moment veranderde daar iets in.

‘Ik werd heel boos en zei: “Dit is nu juist wat ik mijn hele leven al doe. Ik pas me aan en houd me in.’

Op mijn veertigste verjaardag heb ik voor het eerst tegen mijn moeder gezegd dat mijn jeugd traumatisch is geweest. Dat was als een mokerslag voor haar. Toen ze die avond thuiskwam heeft ze veel pillen ingenomen en is ze weer opgenomen. Ik denk niet dat het een zelfmoordpoging was. Ze was in de war en had de verdoving van pillen nodig. Toen ik haar vriend erover sprak zei hij: “Je weet toch dat je moeder kwetsbaar is? Waarom zei je dat dan tegen haar?” Ik werd heel boos en zei: “Dit is nu juist wat ik mijn hele leven al doe. Ik pas me aan en houd me in. En nu ik voor het eerst mezelf echt uitspreek, gebeurt er dit.” Ik herkende opeens zo sterk het mechanisme. Dat ik altijd rekening met haar hield. Dat ik altijd op eieren liep om escalaties te voorkomen. Dat ik in zekere zin voor haar zorgde.

Hoge cijfers

Ook op mijn werk vertoonde ik gedrag dat ik mezelf als kind had aangeleerd. Als kind was ik goed op school en haalde ik hoge cijfers. Dat werd door de leraren beloond. Dat altijd de beste willen zijn, was onbewust een principe geworden: ik probeerde altijd alle ballen in de lucht te houden. Voor werkgevers was dat ideaal. Ik was denk ik de ideale medewerker. Maar voor mezelf was dat verre van ideaal. Twee jaar geleden kreeg ik een burn-out.

‘Onbewust was ik bang dat ik geen bestaansrecht had als er iets mis zou gaan op mijn werk.’

Ik wilde het zo goed doen zodat ik door anderen zou worden gezien. Onbewust was ik bang dat ik geen bestaansrecht had als er iets mis zou gaan op mijn werk. Mocht ik er dan zijn? Ook die gedachtes zijn ontstaan in mijn jeugd. Als je als kind niet écht gezien wordt, kun je het gevoel houden dat je er niet mag zijn.

Als ik in de natuur ben, voel ik juist wel dat ik onderdeel uitmaak van deze wereld. Dat voel ik het meest sterk in natuur waar het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan. In oernatuur. Deze zomer voelde ik dat bijvoorbeeld in Ierland. Maar ik kreeg dat gevoel ook toen ik uitkeek over de vlaktes van Patagonië.

Autorijles

Gelukkig besef ik steeds meer dat ik ook fouten mag maken. Het is geen ramp als er een keer iets mislukt. De eerste keer dat ik dat ervaarde was tijdens een autorijles. Toen ik de Utrechtse binnenstad verruilde voor Everdingen wilde ik het autorijden weer oppakken. Ik nam daarom een opfrisrijles. Mijn rijleraar vroeg: “Klopt het dat jij het graag heel goed wil doen?” Toen ik knikte, zei hij: “Rij nu maar eens gewoon als jezelf”. Toen reed ik nog steeds goed, maar wel een stuk nonchalanter. Op een gegeven moment miste ik een afslag op de snelweg en ik merkte dat er helemaal niets gebeurde. We keerden om. De wereld verging niet. Dat was echt een eye opener.

Tijdens haar burn-out begon Saskia met een wandelcoachopleiding. Daar leer je hoe je, met behulp van de natuur, mensen kunt stimuleren bij hun persoonlijke groei en ontwikkeling, bijvoorbeeld als coach of trainer. ‘Ik heb de afgelopen periode veel over mezelf geleerd. Misschien dat ik met mijn kennis en ervaringen iets kan betekenen voor anderen.’

Houten chaletje

Een eerste stap daarvoor is al gezet. Enthousiast vertelt ze over het schattige houten chaletje dat ze een paar weken geleden samen met haar vriend op de Utrechtse Heuvelrug kocht. ‘Dat huisje willen we gebruiken als uitvalsbasis voor het werken met de natuur. Vastomlijnd zijn onze plannen nog niet. En dat we nog niet precies weten wat we ermee gaan doen, is eigenlijk iets nieuws voor mij. Vroeger had ik waarschijnlijk een stappenplan klaar gehad. Nu sta ik mezelf toe om dingen even niet te weten. Ik word steeds zachter voor mezelf.’

‘Sterk zijn betekent niet dat je altijd op je tanden hoeft te bijten’

‘Ik hoor vaak: jij bent zo’n sterke vrouw. En dan denk ik: Een sterke vrouw? Zo voel ik me vaak helemaal niet. Maar ik realiseer me steeds meer dat sterk zijn niet betekent dat je altijd op je tanden hoeft te bijten. Dat sterk ook betekent dat je je kwetsbare kant kent en die ook durft te laten zien. En dus ook nee zegt tegen een freelance klus waarin je geen zin hebt.’  

Samen met haar tweede man, dochter en twee stiefzoons woont freelance communicatiespecialist en coach Selene in een karakteristieke jaren-dertigwoning in hartje Alkmaar. Hun bejaarde herdershond ligt loom op de grond naast de keukentafel. Selene houdt van kleur. De thee schenkt ze in vrolijk gekleurde bloemenkoppen. Op haar website staan kleurrijke foto’s en op haar visitekaartje prijkt een bonte vogel.

‘‘Nee verkopen’, vind ik vaak nog moeilijk.’

Assertief zijn

Vorige week deed Selene dat nog: nee zeggen. De communicatieklus die ze deed beviel haar niet meer. Kinkt logisch. Maar assertief zijn, op een beschaafde manier voor jezelf opkomen, dat heeft ze met heel veel pijn en moeite geleerd. ‘‘Nee verkopen’, vind ik vaak nog moeilijk. Dan denk ik: ze gaan me niet meer leuk vinden. Maar nu denk ik daar gelukkig meteen achteraan: Nou èn?! Dan vinden ze dat maar. En zeg ik toch ‘nee’. Daarna voel ik me even rot. Maar snel daarna juist veel beter. Alleen als mensen tegen me schreeuwen dan lukt assertief zijn me niet. Dan bevries ik. Net als een konijn voor een koplamp.’

Assertiviteit was vroeger bij haar thuis in Zaandam niet gewenst. ‘Mijn moeder walste over al mijn grenzen heen. Ze had twee gezichten: ze kon lief en zorgzaam zijn, maar ook boos en driftig. En voor die boosheid kon alles een trigger zijn. Ik voelde dat de spanning in huis zich dan langzaam opbouwde en deed zo lief en aardig mogelijk. Ik liep op eieren en trok me terug. Vaak op mijn kamer. Dan speelde ik met mijn poppen of luisterde ik muziek op mijn cassetterecorder.’

Vreemde eend

Selene groeide op als jongste in een katholiek gezin met vijf kinderen. Haar moeder was een vreemde eend in de bijt in de Zaanstreek. Ze kwam uit Oostenrijk. Op haar achttiende vervalste ze een handtekening van haar ouders en begon ze als au pair in Nederland. Op een dansavond in Westzaan ontmoette ze Selenes vader. Een lieve, maar zwakke man die zich bij Sigma Coatings van fabrieksarbeider opwerkte tot laborant.

‘Mijn vader kreeg tijdens ruzies vaak de volle laag. Maar ook de kinderen ontzag ze niet: als ze boos was, dan was ze boos op iedereen. Nee, mijn vader nam het dan niet voor ons op. Ik kon niet bij hem schuilen. Een van de ergste dingen die mijn moeder deed als ze boos was, was me compleet negeren. Soms zei ze twee dagen helemaal niets tegen me. Dat was zo’n straf voor me. Ik vind dat een vorm van mishandeling.

‘Ik ben altijd aan het aftasten.’

Aftasten

Die onvoorspelbare woedaanvallen hebben mij behoedzaam gemaakt. Ik ben altijd aan het aftasten. Dat is een eigenschap waar ik soms profijt van heb, maar vaak ook veel last van heb. Ik maak me dan te afhankelijk van hoe een ander zich voelt. Als die een rotdag heeft dan betrek ik dat meteen op mezelf.’

De situatie bij haar thuis in Zaandam werd steeds penibeler. Haar moeder werd agressiever. Ze begon nu ook vaak te slaan. Op een gegeven moment woonde Selene nog als enige van de vijf kinderen thuis. ‘Ik voelde me voortdurend gecontroleerd door mijn moeder. Ze werd ook paranoïde. Zo dacht ze dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst haar in de gaten hield omdat ze Oostenrijkse was.’

Kippenvel

Op een avond kwam Selene wat later thuis dan gepland van paardrijden. Toen ik binnenkwam, waren mijn ouders er niet. En ik wist meteen: dit is foute boel. Mijn ouders waren altijd thuis. Die gingen nooit ergens naartoe. Ze waren me aan het zoeken. Toen mijn moeder binnenliep was ze woedend en sloeg ze me. Voor het eerst. Toen ze dat deed wist ik: nu is ze over een grens gegaan. En ik wist wat dat betekende. Bij mijn één-na-jongste zus was dat ook gebeurd. En nu ik het vertel krijg ik weer kippenvel als ik terugdenk aan het geluid dat ik vanaf mijn slaapkamer hoorde, toen mijn moeder beneden het hoofd van mij zus tegen de muur bonkte.’

Die avond liep Selene weg. Ze nam geen spullen mee. Alleen wat betalingsbewijzen van haar krantenwijk die ze kon gebruiken om abonnementsgeld te innen. Ze logeerde eerst bij een van haar zussen. En ze kwam via een bekende van haar zus terecht in een pleeggezin. ‘Ik had meteen een goede klik met mijn pleegvader. Ik vond het een leuke vent, met een goed ontwikkeld gevoel voor humor. Hij gaf les op de zeevaartschool en was actief in de lokale politiek. Door hem kroop ik langzamerhand uit mijn schulp. Toen ik bij mijn ouders woonde, moest een deel van mijn persoonlijkheid in de kast. Dat was zo normaal voor me geworden, dat ik niet eens had gemerkt dat ik mezelf daarmee geweld aan deed.’

‘Ik heb heel vaak uitgeroepen: ‘Niet wéér in therapie!’ Maar ik weet dat het goed voor me is.’

Therapie

Vanuit die stabielere thuissituatie, ging ze hard aan de slag met zichzelf. ‘Al vrij jong wist ik: ik wil kinderen. En als ik niets verander aan hoe ik in het leven sta, dan is er een grote kans dat ik veel ga herhalen van wat ik juist niet wil herhalen. Vanaf mijn twintigste volgde ik dus therapie in allerlei soorten en maten. Van regressietherapie, tot cognitieve gedragstherapie en binnenkort wil ik aan de slag met familie-opstellingen. Ik heb heel vaak uitgeroepen: ‘Niet wéér in therapie!’ Maar ik weet dat het goed voor me is. En ik heb er een mooie metafoor voor gevonden. Als ik ergens mee start, zeg ik: ‘Dit is Mario Kart voor gevorderden. Een hoger level.’’

De therapie en haar wil om het anders te doen dan haar ouders, hebben zijn vruchten afgeworpen. ‘Ik heb een dochter van zestien. En volgens mij zit het wel goed met onze band. We zijn close. Laatst zei ze tegen me: ‘Ik vertel jou veel meer dan vriendinnen hun moeders vertellen. Dat komt omdat jij niet zo snel oordeelt.’ Maar opvoeden gaat me niet vanzelf af. Ik ben soms te lief, te soft. En ik moet over veel nadenken: wat gebeurt hier? Wat vind ik hiervan?’

Muziekwetenschappen

Ondanks haar onstabiele jeugd, deed Selene eindexamen vwo. En daarna studeerde ze muziekwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Haar eerste keus was het conservatorium. Maar ze kwam niet door de audities. ‘Achteraf denk ik: ik was er nog niet klaar voor. Ik was nog veel te gespannen. In je stem hoor je ook heel duidelijk terug hoe je in het leven staat.’ Ze rolde het communicatievak in, combineerde dat met journalistiek en besloot al snel dat ze wilde freelancen. ‘Ik wil geen baas die voortdurend in mijn nek hijgt. Dat werkt niet goed voor mij. Ze lacht: ‘Waarschijnlijk een overblijfsel van mijn jeugd.’ Ze werkt nog steeds als freelance journalist en communicatiespecialist en combineert dit nu met loopbaancoaching.

‘Op mijn zevenentwintigste heb ik zelf loopbaancoaching gehad. Samen met mijn coach maakte ik toen tot een top 3 van beroepen die ik graag wilde doen. Op nummer 1 stond therapeut, nummer 2 was journalist. Ik heb toen getwijfeld of ik een carrièreswitch zou maken. Maar ik dacht: ik heb al net veel narigheid afgesloten. Mijn leven begint net; alles wordt pas net normaler en leuker. Ik was nog niet klaar om anderen te helpen. Een paar jaar geleden kwam die gedachte weer naar boven. En vorig jaar heb ik de sprong gewaagd.’

‘Veranderen is ook hartstikke moeilijk. Veranderen doet zeer.’

Veranderen

Ze helpt zzp‘ers met hun professionele en persoonlijke ontwikkeling. Helpt die antenne op haar hoofd, die ze ontwikkelde tijdens haar jeugd, haar bij de coaching? ‘Ja, ik leg snel mijn vinger op de zere plek. Maar ik heb ook geleerd om die antenne soms uit te zetten. Zodat ik niet voortdurend de energie en spanning van anderen opvang.’

Heeft ze als coach met haar achtergrond en haar drang naar veranderen, geduld met cliënten in de slachtoffermodus? ‘Ik weet heel goed dat veranderen lastig kan zijn. Eén van mijn docenten bij mijn coachingsopleiding zei: ‘Mensen moeten op een distel gaan zitten en dan pas willen ze veranderen. Soms is de pijn niet groot genoeg.’ Veranderen is ook hartstikke moeilijk. Veranderen doet zeer. Ik heb me dat zelf ook gemerkt tijdens therapiesessies. Mijn beeld van mezelf werd aan diggelen geslagen. Reflectie doet pijn, maar levert je uiteindelijk heel veel op.

‘Ga in therapie. In godsnaam. Als je je been breekt, ga je dat toch ook niet zelf proberen te helen?!’

Mijn jeugd gaat nooit weg. Er blijven littekens. En er blijven worstelingen. Maar nieuwe worstelingen, herken ik snel. Dan denk ik eerst: Ah, bah. Maar daarna stroop ik mijn mouwen op en probeer ik ze te overwinnen.’ Over wel of niet in therapie gaan na een ingewikkelde jeugd is Selene dan ook heel duidelijk: ‘Ga in therapie. In godsnaam. Als je je been breekt, ga je dat toch ook niet zelf proberen te helen?!’

 

 

 

 

‘Veel van mijn vriendinnen zijn getrouwd en zitten thuis. Ik reis betaald door India’

Anjali Singh is reisleider in India. Een gedurfde keuze voor een vrouw. Indiërs vinden namelijk dat reisleider een mannenberoep is. En helemaal gedurfd gezien haar achtergrond. Ze groeide op in een dorp op het conservatieve platteland in Noord-India. Toen ze jong was, mocht ze alleen onder begeleiding van een mannelijk familielid naar de markt. ‘Veel van mijn vriendinnen zijn getrouwd en zitten thuis. Ik reis betaald door India’.

De drieëntwintigjarige is ‘s ochtends met de trein in hoofdstad Delhi aangekomen. Na een trip van een week door Noord-India. Zeker nu het hoogseizoen is, doorkruist ze bijna continu India en Nepal. Maar geen spoortje van vermoeidheid. Energiek en druk pratend, loopt ze met me naar een koffieshop in de buurt. Ze is casual gekleed in een blauw gestreept T-shirt, sneakers en een spijkerbroek.

Bollywoodfilms

Samen met haar zus deelt ze een appartement in metropool Delhi. Een wereld die hemelsbreed verschilt van het dorp Siwan waarin ze opgroeide. Siwan ligt in de Indiase deelstaat Bihar. ‘Toen ik jong was, was er in het dorp geen supermarkt, restaurant, of fatsoenlijke schoenenwinkel. Wat ik wist van de wereld beperkte zich tot wat ik zag op televisie: Bollywoodfilms en af en toe een nieuwsprogramma. Pas op m’n twaalfde bezocht ik pas voor het eerst de hoofdstad van Bihar.’

Bij het bedrijf waar ze werkt, Interprid Travel, een Australische reisorganisatie, worden mannelijke en vrouweljke reisbegeleiders gelijk behandeld. En dat is progressief, zeker voor India. Het land prijkte vorig jaar op plaats 131 van de Gender Inequality Index, een ranking van 181 landen die de Verenigde Naties jaarlijks opstelt. De werkvloer van het kantoor in Delhi ademt dan ook een sfeer van gelijkheid. Een vrouwelijke bedrijfsleider leidt me rond door de ruimte waar nonchalant geklede mannen en vrouwen zij aan zij achter beeldschermen zitten. Het bedrijf streeft naar een fifty-fifty verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke gidsen. Dat doel vordert gestaag. Vorig jaar waren er drie vrouwelijke reisbegeleiders. Nu staat de teller op 11 van de 67.

‘Mevrouw, is er ook een mannelijke begeleider van deze groep?’

De conservatieve Indiase samenleving moet wennen aan een vrouwelijke reisbegeleider. ‘Als ik uitstap op een treinstation, gevolgd door een groep van zestien toeristen, voel ik de blikken en hoor ik het gefluister: ‘Kijk, een meisje dat een groep buitenlanders begeleidt.’ En als ik met tuktuk-chauffeurs onderhandel over de prijs van een ritje, vragen ze vaak, licht sarcastisch: ‘Mevrouw, is er ook een mannelijke begeider van deze groep?’ Tijdens de training voor reisleider leerden we dat je alleen met geduld dingen kunt veranderen. Dus ik antwoord dan heel beleefd en rustig: ‘Ik ben de leider. Ik betaal je. En ik geef je de instructies.’

Ze lacht als ze vervolgens de vraag krijgt of ze een rolmodel is voor Indiase vrouwen. ‘Rolmodel vind ik een groot woord. Ik zou mezelf eerder een goed voorbeeld noemen. Voor veel Indiase vrouwen is trouwen hun hogere doel in het leven. Ik denk dat dat anders kan. Ik vind dat je als vrouw economisch onafhankelijk moet zijn en voor jezelf moet zorgen.’

In haar woorden weerklinken de woorden die ze als klein meisje altijd hoorde van haar vooruitstrevende moeder. En verklaart ook deels haar drang naar economische onafhankelijkheid. ‘Vanaf jongsafaan prentte mijn moeder me in: word nooit afhankelijk van een man. Zorg voor je eigen economische zelfstandigheid. Mijn moeder werd op haar zeventiende uitgehuwelijkt en stopte toen met school. Ze vond het zelf heel lastig dat ze zelf geen geld verdiende en mijn vader voor elk kopje koffie om geld moest vragen.’

Joined Family

Zoals gebruikelijk op het Indias platteland groeide Anjali op in een joined family. Ze woonden samen met haar ouders en twee zusjes onder een dak met haar vaders familie. Haar ouders hadden een open geest en vonden dat meisjes gelijkwaardig waren aan jongens. Maar haar oma, de baas van hun huishouden, dacht daar anders over. ‘Mijn oma vond jongens belangrijker dan meisjes. Jongens mochten doen wat ze wilden. Wij – meisjes- moesten nadenken voordat we iets deden. Mijn oma zei altijd: ken je beperkingen. Heb respect voor je familie en je cultuur. Doe jij iets verkeerd? Dan spreekt het dorp er schande van. Bij alles wat ik deed hoorde ik dan ook een stemmetje in m’n achterhoofd dat zei ‘gedraag je goed; anders gaan mensen klagen’.

Haar familie lag sowieso al onder een vergrootglas, want haar ouders hadden geen zoons. En in het traditionele India worden dochters gezien als een last. Een dochter mofet je namelijk een bruidsschat meegeven. En omdat een dochter na haar huwelijk intrekt bij de familie van haar man, is ze ook geen goede oudedagsvoorziening. ‘Toen mijn vader me naar een goede middelbare school wilde sturen, was de gemeenschap het daar ook pertinent mee oneens.

‘Waarom besteed je geld aan onderwijs voor je dochter? Dat is zonde. Zet dat geld liever opzij voor haar bruidsschat’, hoorde hij van zijn dorpsgenoten. Maar, haar vader hield zijn rug recht. Dus ging Anjali als een van de weinige meisjes uit haar dorp naar een goede, duurdere middelbare kostschool in de hoofdstad van de deelstaat.

Springplank

Het diploma van die school, was een springplank voor haar naar Delhi, de hoofstad van India. Daar studeerde ze aan de prestigieuze, door de overheid gerunde, hogeschool voor het toerisme. ‘Hoewel ik nog nooit van mijn leven een toerist had gezien, was de keus voor mij simpel. Ik was slecht in exacte vakken, maar goed in aardrijkskunde en dus werd het toerisme. Mijn ouders vonden het geen goed idee. Ze dachten dat ik nooit een baan zou vinden. In mijn geboorteplaats komen nooit toeristen.’

De eerste maanden in Delhi was Anjali onzeker. ‘Mijn medestudenten kwamen allemaal uit de stad. Ik had traditionele Indiase kleren aan, praatte anders, sprak minder goed Engels en was minder zelfverzekerd. Maar haar zelfvertrouwen groeide. En met haar diploma op zak, koos ze ervoor om reisleider te worden. Dat het een door mannen gedomineerde wereld was, schrok haar niet af. ‘Ik had geen zin in een 9-tot-5-baan. Een groep leiden. Betaald worden om te reizen. Ik wist zeker dat dit was was ik wilde. En, het was mijn beste belissing ooit.’

‘Zo praat je niet tegen mij. Ik ben niet bang voor jullie!’

Mijn ouders vroegen zich eerst af of ik dat wel kon, een groep begeleiden. Nu vertrouwen ze erop. Ik doe dit werk nu een paar jaar en heb me gelukkig nog nooit onveilig gevoeld. Maar ik heb natuurlijk weleens lastige situaties meegemaakt. Een voorbeeld? Op een avond arriveerde ik met een groep van twaalf, waarvan elf vrouwen en één man, op een uitgestorven stationnetje van een klein dorp.

Daar doken plotseling vier riksja-chauffeurs op. Ze keken me dreigend aan en maakten denigrerende opmerkingen. Zonder enige stemverheffing zei ik: ‘Zo praat je niet tegen mij. Ik ben niet bang voor jullie. ‘We zien je zo wel buiten”, riepen ze me na toen ze afdropen. Buitengekomen zag ik ze weer staan. Ik liep op ze af en zei: ‘Jullie wilden me zien? Hier ben ik. En ik kom hier elke paar weken. Als jullie me nog een keer lastigvallen, heb je een groot probleem.’ Vervolgens stelde ik mijn groep gerust en reden we weg in tuktuks. Daarna voelde ik me heel sterk en dacht: ik kan dit; ik kan voor de veiligheid van mijn groep zorgen.’

Haar familie woont nog steeds in haar geboorteplaats Siwan. Haar oma is nu ontzettend trots op haar. Als ze theedrinkt met haar vriendinnen vertelt ze graag dat haar kleindochter vloeiend Engels spreekt en voor een Australisch bedrijf werkt. ‘Ze belt me vaak op als ik op reis ben. Of ik haar wil vertellen wie er in mijn groep zitten en uit welk landen ze komen. En of ik haar ook even een foto wil sturen van m’n groep. Terwijl ze nog nooit in haar leven een westerse toerist heeft gezien!

 

 

 

‘Vertellen over het misbruik is het grootste wat ik kon doen voor mezelf’

Samen met vijf opvanghondjes woont Esther in een houten huisje in het bos aan de rand van het stadje Culemborg. Met hond Senna doet ze mee aan dog dance wedstrijden: dansen op muziek. Als ze samen met Senna beweegt op muziek uit Beauty and the beast – zij verkleed als ober met strikje, dienblad en vlinderstrikje – dan voelt ze zich weer even de extraverte Esther die ze tot haar veertiende was.

Op haar veertiende begon het misbruik door haar stiefvader Gerrit. Haar moeder leerde hem een paar jaar daarvoor kennen. ‘Ik vond het een leuke, fijne man en kon het goed met hem vinden. Hij was net als ik een dierengek. Hij had zelf al twee oudere kinderen en daar konden m’n broer en ik ook goed mee opschieten. Het was altijd gezellig bij ons thuis. Op feestdagen en verjaardagen kwam iedereen aanwaaien. Dan werd de vriezer opengetrokken en bleven ze allemaal eten. ’

Misbruiken

Dat Gerrit haar begon te misbruiken, overviel Esther dan ook compleet. ‘De eerste keer dat het gebeurde was tijdens een zomervakantie in Spanje. Ik was alleen met Gerrit in ons vakantiehuisje en dacht: wat gebeurt hier? Ik had bij wijze van spreken net m’n barbiepoppen opgeruimd. Ik was nog helemaal niet met jongens bezig. En ineens stond mijn wereld op z’n kop. Na die eerste keer, liep ik in paniek liep naar buiten en vroeg me af: wat nu? Wat er voorgevallen was, kon niet. Ik moest dit aan m’n moeder vertellen. Ik liep terug, opende de deur van het vakantiehuisje en hoorde haar stem al. Ze was aan het borrelen met een vriendin aan de rand van het zwembad. En voordat ik m’n mond kon opendoen, zei ze: ‘Ha Es, kom er gezellig bij zitten!’ Ik wilde de gezelligheid niet verpesten, dus zei ik niets. Weg kans.’

De gezelligheid thuis bleef. Het misbruik ook. Twee jaar lang. ‘Ik vertelde het aan niemand. Ik heb herinneringen aan wat er in die periode is gebeurd. Maar heb daar totaal geen gevoel bij. Ik had echt een knop omgezet. Stond in mijn overlevingsstand. Toen het misbruik startte, zat ik op het vwo en dat ging goed. Maar in het dat jaar kreeg ik ineens zes onvoldoendes op m’n rapport. En, vreemd genoeg, stelde niemand daar vragen over.

In die periode kreeg ik ook m’n eerste hond, Mushka. Ik had daar al twee jaar om gezeurd en ineens mocht ik van Gerrit een hond. Achteraf denk ik: waarschijnlijk een paaimiddel. Mushka  was een opvanghond. Ze had jarenlang opgesloten gezeten in een schuur en was bijna dood toen ze haar vonden. Ik kon al m’n liefde in haar stoppen. In die periode had ik elke dag zware hoofdpijn. Maar als ik met Mushka  de deur uitliep, voelde ik me ontspannen en ging die hoofdpijn weg.

Mijn bed, dat een veilige plek zou moeten zijn maar het niet was.

Overleven

Op m’n zestiende stopte het misbruik. De laatste keer dat hij me wilde misbruiken was ’s nachts. Ik hoorde hem mijn kamer binnenlopen en voelde dat hij bij me in bed kroop. Mijn bed, dat een veilige plek zou moeten zijn, maar het niet was. Ik kon ruiken dat hij had gedronken en ik raakte in paniek. Ik verzon snel dat ik naar de wc moest en liep naar hun slaapkamer, waar mijn moeder in bed lag. Ik zie mezelf daar nog staan. Aan de zijkant van haar bed. Terwijl zij sliep. En ik dacht: nu moet ik haar wakker maken en vertellen dat Gerrit in mijn bed ligt. Maar ook hij kwam binnen en mijn moeder werd wakker. Toen is het misbruik gestopt. Mijn moeder is nooit meer op dat voorval teruggekomen.

M’n leven was tijdens en na het misbruik overzichtelijk genoeg om te kunnen overleven. Ik ging van het vwo naar de havo en daarna begon ik met hbo-verpleegkunde. Dat ging goed totdat ik stage ging lopen. Om te overleven had ik een grote muur om mezelf heen gebouwd. Ik wilde onzichtbaar zijn. Ik  haalde ik mijn stage niet en in m’n tweede jaar lukte dit ook niet. Daardoor moest ik verplicht stoppen met die opleiding. Ik ging werken met dementerenden bij de zorginstelling waar m’n moeder al werkte. Het salaris dat ik verdiende, zette ik opzij zodat ik zo snel mogelijk uit huis kon gaan. Want ik was altijd bang dat het misbruik weer zou beginnen. Dat Gerrit weer zou komen. Hij had natuurlijk nooit gezegd: ‘Zo, nu is het klaar.’

Therapie

Zes jaar geleden, op m’n vierentwintigste, ben ik in therapie gegaan. Mijn therapeute zei altijd: er komt een moment dat je gaat voelen dat het moment er is om aan je familie te vertellen dat je bent misbruikt. En dat moment kwam – volledig ongepland – op Gerrits verjaardag.

Toen werd ik zo ontzettend boos van binnen. Ik dacht: Waar haal jij het lef vandaan om zoiets te zeggen?

De avond voor zijn verjaardag zaten we ’s avonds allemaal bij elkaar in de huiskamer. Gerrit had al een borreltje op en begon over mij te praten. ‘Esther doet het allemaal zo goed. Die heeft zelfs geen vriendje. Die richt zich op school. En die denkt zo goed na.’ Toen werd ik zo ontzettend boos van binnen. Ik dacht: Waar haal jij het lef vandaan om zoiets te zeggen? Jij weet waardoor het komt dat ik geen vriendje heb. Waarom ik leef zoals ik leef. Kokend van woede vertrok ik naar m’n slaapkamer.

Na een lange, onrustige nacht was ik vastberaden. Ik ging m’n moeder vertellen. ’s Ochtends vroeg zaten we allemaal in de woonkamer. Het was Gerrits verjaardag: we zouden gezellig gaan ontbijten en daarna zou het bezoek komen. Mijn moeder liep naar boven om een ski-jas te zoeken. In februari stond namelijk een skitrip gepland voor het twaalfenhalf jarig huwelijk van Gerrit en m’n moeder. Ik dacht: als ik het wil doen, moet ik het nu doen. Ik liep de trap op en zei tegen haar: ‘Gerrit heeft me misbruikt. ‘Wat zeg je?’, vroeg m’n moeder en ik herhaalde m’n woorden. Waarop zij m’n schoonzus riep: ‘Natas, kom even boven’.

Hij bekende

Toen ging het snel. M’n moeder kon niet meer nadenken en was volledig in paniek. Natasja niet. Die liep naar beneden waar de mannen intussen een voetbalwedstrijd keken. Onder luid protest trok ze de stekker uit het stopcontact. Ze riep m’n moeder en mij en zei: ‘Zeg het maar, Gerrit. Waarom zitten we hier?’ Gerrit speelde de onschuld zelve, maar zocht voortdurend oogcontact met me. Natasja vertelde toen mijn verhaal en hij reageerde met: ‘Elk verhaal heeft twee kanten.’ Die woorden vergeet ik nooit meer. Hij zei niet: ‘Het klopt niet.’ Maar hij bekende eigenlijk schuld. Natasja bleef rustig en zei: ‘In de auto allemaal, nu. Wij gaan naar ons huis in Nijmegen. En Gerrit, jij blijft hier. Je mag je verjaardag alleen vieren.’

Mijn grootste angst was dat iedereen zou zeggen: ‘Esther, ga jij maar weg. Wij gaan rustig verder, doen alsof onze neus bloedt.’ Maar dat gebeurde niet. De mensen om wie ik geef hebben gezegd: ‘We geloven je. We zijn er voor je.’ En mijn moeder is meteen bij Gerrit weggegaan.

Overwinning

Het is zo’n overwinning geweest. Ik raad het iedereen aan. Trek je mond open. Kom op voor jezelf. Achteraf denk ik ook: had ik het maar veel eerder gedaan. Natuurlijk moet je eerst door een rotperiode. Maar daarna wordt het leven mooier.

Langzamerhand krijg ik steeds meer het gevoel dat ik het leven leid dat ik ook had gehad, als Gerrit me niet had misbruikt. Alsof alles wat er aan extra ballast bij kwam van me afvalt. Ik wilde vroeger altijd dierenarts worden. Ik volg nu een hbo-opleiding diergeneeskunde voor dieren en denk er nu zelfs wel eens aan om hierna diergeneeskunde te gaan studeren. Ik had nooit durven hopen dat ik dat nog eens zou overwegen.

Eerlijke feedback

Ik ben nog steeds in therapie. En een van de dingen waar ik hard aan werk, is het trekken van m’n grenzen. ‘Nee zeggen vind ik lastig. Ik oefen nieuw gedrag vaak eerst met m’n honden. Dieren geven eerlijke feedback. Ze hebben geen verborgen agenda. Ik heb een hond Jos. En hij is echt het tegenovergestelde van hoe ik altijd geweest ben. Hij denkt: de wereld is leuk en ik ben de koning van de wereld. Als ik zijn gedrag niet begrens, gaat hij 10 stappen te ver. Hij heeft het nodig dat ik zeg: ‘Nee, nu niet. We doen wat ik zeg. Hier is de grens.’ Hij reageert daar heel goed op. Ik denk vaak dat de wereld vergaat als ik nee zeg. Maar Jos heeft meestal zoiets van: ‘Oké, prima’ en speelt vrolijk verder.’

‘Het is nooit te laat is om te beginnen met het verwerken van je jeugd’

Aan de laatste keer dat mijn vader me wilde slaan, denk ik nog wel eens terug. Het was een warme zomerdag. We waren op vakantie in een bungalowpark op de Veluwe. Ik was twaalf. M’n vader was ergens boos om, ik weet niet eens meer waarom. Hij hief z’n hand op en wilde uithalen. Voordat hij dat deed, keek ik hem aan. Onze blikken kruisten elkaar. En ik voelde dat ik niet meer keek met de ogen van een kind die iets als vanzelfsprekends ervaart, maar met de ogen van een volwassene. En hij deinsde terug. 

Loes (35) is docent aardrijkskunde op een middelbare school in Arnhem. Samen met haar vriend en twee kinderen woont ze in een jaren dertig woning op steenworp afstand van Arnhem Centraal. Zittend aan een grote ronde keukentafel, praat ze bedachtzaam en zorgvuldig formulerend over haar ouders die haar tijdens haar jeugd mishandelden.

Mijn ouders waren ontzettend streng. ‘Omdat ik het zeg’ en ‘dit is voor je eigen bestwil’, zijn uitspraken van m’n ouders die me meteen te binnen schieten als ik aan m’n jeugd denk. Ze  zeiden dat bijvoorbeeld als ze wilden dat ik vroeg thuiskwam van uitgaan. Ze blokkeerden met die opmerkingen alle redelijkheid. Ze zeiden eigenlijk: ‘We geven je geen uitleg. Je moet ons gehoorzamen. Jouw welbevinden ligt in onze handen.’ Terwijl op die momenten mijn welbevinden natuurlijk helemaal niet hun belang was. Ik weet nog hoe gefrustreerd ik me op zo’n moment voelde en dat ik dacht: dat zou je als ouders echt niet moeten zeggen.

Gesterkt

Ik herinner me ook een andere keer dat ik dat gevoel sterk had. M’n vader wilde haastig met me naar huis vanuit een winkelcentrum.  En ik moest snel, tussen twee auto’s door, oversteken. Hij pakte me vast in m’n nek en zei iets in de trant van ‘verdomme, schiet op’. Twee wegwerkers hoorden het, en schreeuwden vanuit hun kuil. ‘Hee joh, het is nog maar een kind’. Mijn vader reageerde afwijzend op hen en ik schaamde me. Tegelijkertijd voelde ik me ook gesterkt. Wat ik dacht, bleek te kloppen: mijn vader was veel te streng.

Op m’n zeventiende ben ik weggelopen van huis en heb ik een half jaar bij de ouders van een vriendin gewoond. Ik woonde daar net toen ik toevallig mijn kleuterjuf tegenkwam. Juf Maartje. Sinds de lagere school had ik haar niet meer gezien. Ze vroeg hoe het ging en ik zei: ‘Ik ben weggelopen’. Waarop zij zei: ‘Dat begrijp ik wel. Ze waren veel te streng’. Dat zij, een professional in opvoeden, die mij een paar jaar van nabij heeft meegemaakt, dat als eerste zei, sterkte me ook.

Beheersing

Daarna heb ik nog even bij m’n ouders thuis gewoond, maar de sfeer was kil. Ik besloot dat ik op kamers ging in Utrecht. Mijn vertrek uit huis verliep onder hoogspanning. Ik mocht alleen maar spullen meenemen die ik voor m’n verjaardag had gekregen. En als dat niet zo was, moest ik die spullen van ze overkopen, zoals m’n bureau. Ik ben de discussie hierover niet met ze aangegaan. Ik wilde m’n beheersing bewaren. Ik wilde ze niet laten blijken dat ik geraakt was. Ik gunde ze geen blik in m’n gevoelsleven.

En die blik in m’n gevoelsleven heb ik ze ook nooit meer gegeven. Verdriet deel ik niet met ze. Maar ook dingen waarop ik trots op ben of waar ik succesvol in ben, vertel ik ze niet. Een raar mechanisme is dat eigenlijk. Dat m’n ouders zelf afstand creëerden en dat die afstand zich uiteindelijk tegen henzelf keerde.

Therapie

Toen ik ging studeren, ben ik in therapie gegaan. Ik moest onder ogen zien wat ze met me hadden gedaan en hoe pijnlijk en schadelijk dat was. Ik leerde inzien wat voor patronen mijn ouders in me gedrukt hebben. En stelde vaak de vraag: wat ik nu voel, heeft dat met mijn ouders of met mijn opvoeding te maken? Ik was bijvoorbeeld vaak bang om een discussie aan te gaan met medestudenten. Discussiëren voelde onveilig. Ik realiseerde me dat dit kwam omdat mij was duidelijk gemaakt dat ik niet kon discussiëren met mijn ouders. Een discussie was verboden terrein.

Mishandelende ouders 

Vijf jaar geleden werd ik zelf moeder van een dochter. Of ik bang ben geweest om in hun patroon terecht te komen? Nee, eigenlijk nooit. Mijn ouders zijn was  gewoon überhaupt geen vergelijkingsmateriaal voor me. Mijn mening over ‘moeder zijn’  heb ik dus ook nooit afgemeten aan m’n eigen moeder. Voor zover ik dat kan beoordelen, heb ik nog nooit dingen gedaan die met m’n achtergrond te maken hebben. Ik ben natuurlijk wel eens boos op m’n dochter. En zeg bijvoorbeeld op strenge toon: ‘Nu moet het echt afgelopen zijn.’ Maar als ik dat zeg, doe ik dat heel bewust. En dat lijkt me een allereerste en grote stap die veel mishandelende ouders nooit maken omdat zij denken: ik sta in m’n volste recht.

Pleasen

Ook al heb ik veel afstand van m’n ouders genomen, ik heb soms toch nog de neiging om ze het teveel naar de zin te willen maken. Te pleasen. Ik denk dat je als kind een biologische behoefte om het goed te hebben met je ouders. Als zij daar niet voor zorgen dan kun je denken: ik maak het plaatje wel zoals ik me voorstel hoe ouders en kinderen met elkaar omgaan. Soms als ik naar m’n ouders rij dan heb ik hoop. Dan denk ik, vandaag wordt het wel gezellig, maar gezellig wordt het nooit.

Verwerken

Een tip voor anderen? Ik denk dat het nooit te laat is om te beginnen met het verwerken van je jeugd. Het is goed om nieuwsgierig te zijn naar jezelf. Ook naar je donkere kanten. Het is niet jouw schuld geweest dat die kanten er zijn.  Daar heb je niet voor gekozen. Schaam je er niet voor. Zoek het op. Ook als het in eerste instantie iets is om veel over te huilen. Doe je dat niet, dan blijven die tranen altijd ergens zitten en blijven ze misschien een effect hebben op je eigen gevoel en opvoeding van je eigen kinderen.’

‘Als je een onveilige jeugd hebt gehad, is het funest om te blijven hangen in een slachtofferrol’

‘De laatste keer dat ik mijn vader heb gezien, staat in mijn geheugen gegrift. Hij woonde in Spanje en ik was naar zijn huis gegaan voor een verrassingsbezoek. De grote stalen deur van de omheining om zijn huis schoof open. Ik stond aan de ene kant van de rails. M’n vader aan de andere. Ik keek hem aan en dacht: wat ben je eigenlijk een klein ventje. Ik zei tegen hem: ‘Ik ben gekomen om afscheid te nemen. En ik wil je dit zeggen: het gaat goed met me. Ik ben moeder, ik heb een dochter en ik heb m’n weg gevonden.’ Toen ik wegliep,voelde ik een enorme opluchting. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. 

De van origine Duitse Maria – Luisa groeide op in Solingen, een klein stadje in Duitsland dat bekend is van de messen en scharen die ze er maken. Haar vader is een charmante Spanjaard die in de jaren zestig als gastarbeider naar Duitsland komt. Hij gaat werken in de staalindustrie en ontmoet haar moeder. Hun dochter is een intelligent meisje dat hoge cijfers haalt op het gymnasium en in haar vrije tijd graag klarinet speelt.

Thuissituatie

Als ze in een veilige thuissituatie was opgegroeid dan zou haar leven er waarschijnlijk als volgt hebben uitgezien: ze was in Duitsland blijven wonen, had eindexamen gymnasium gedaan en een studie afgerond. Maar ze werd mishandeld door haar vader en haar leven liep anders.

Op een ochtend sluipt Maria – Luisa in alle vroegte uit haar ouderlijk huis. De avond ervoor had haar moeder haar gevraagd: ‘Is er iets? Je bent zo stil’. Ze antwoordde ontkennend. Met aan haar hand een koffer met wat persoonlijke bezittingen loopt ze in de ochtendschemering naar het treinstation. Ze koopt een enkele reis Balkbrug waar ze wordt opgepikt door haar Duitse vriend die al vooruit is gereisd. Hij is een paar jaar ouder en Maria – Luisa is stapelverliefd op hem. Ze overnachten bij bekenden van hem. Een dag later vertrekken ze naar Amsterdam.

Wat beweegt een meisje van net zestien om weg te lopen van huis? ‘Voordat ik het besluit nam, heb ik veel pogingen gedaan om instanties in te schakelen die iets konden doen tegen al dat geweld van mijn vader. De politie, jeugdzorg en ook op school heb ik signalen gegeven dat het niet goed ging. Maar ze lieten me eigenlijk allemaal als een baksteen vallen.

Aantoonbaar Mishandeld

Ik weet nog dat ik op het politiebureau zat en m’n vader me aantoonbaar had mishandeld. Hij had de haren uit mijn hoofd getrokken. Ik dacht: ‘He he, nu kunnen ze duidelijk zien dat hij me heeft mishandeld. Nu gaat er vast wat gebeuren. Maar er gebeurde niets.

Ik hield m’n mond en de leraar vroeg niet door.

Er was nog zo’n ander sleutelmoment. Dat was toen ik op schoolreisje zou gaan en van m’n vader als straf niet mee mocht. M’n moeder en ik werden daarom uitgenodigd voor een gesprek op school. De leraar vroeg aan mij: ‘Wat is er toch met jou?  Ik zei: ‘Mijn vader slaat me.’ Voordat ik verder nog iets kon zeggen, gaf m’n moeder me een elleboogstoot. Ik hield m’n mond en de leraar vroeg niet door.

Excuses

Jaren later, ben ik nog een keer teruggegaan naar mijn Duitse middelbare school. Ik kwam toen  een van m’n favoriete leraressen, de docent biologie, tegen. Ik vertelde haar waarom ik op mijn zestiende school verliet en wegliep van huis. Ze was geschokt. En paar maanden later kreeg ik een brief van haar. Ze bood haar excuses aan en probeerde me uit te leggen waarom niemand adequaat met mijn signalen was omgegaan. Dat het pedagogisch klimaat toen anders was. Die brief heeft me veel goed gedaan.’

Het leven vanMaria – Luisa in Amsterdam verloopt woelig. Ze trouwt met haar Duitse vriend. Maar het is geen makkelijk huwelijk. Hij handelt in drugs en gebruikt zelf ook. In 1995 wordt hij doodgeschoten bij een benzinestation in Amsterdam-Noord. Een afrekening. Een paar jaar later krijgt ze een nieuwe vriend. Ze woont niet met hem samen, maar ze krijgen wel samen een dochter. Die relatie loopt uiteindelijk ook spaak enMaria – Luisa voedt haar dochter verder alleen op.

Jeugdherinneringen

Een paar jaar geleden is haar leven in een rustiger vaarwater gekomen. Ze  heeft een partner met wie ze heel gelukkig is. Samen met hem en haar dochter woont ze in Schoorl. ‘De relatie tussen mij en m’n dochter is supergoed. Dat is eigenlijk al zo geweest vanaf het moment dat ze geboren is. Zo nu en dan merk ik wel dat ik bij haar opvoeding geen houvast heb aan m’n eigen jeugd. M’n dochter is nu bijvoorbeeld aan het puberen en komt vaak te laat op school. Ik herken dat helemaal niet. Op zulke moment maak ik gebruik van de jeugdherinneringen van m’n partner. Ik vraag dan aan hem. Herken jij dat gedrag? Is dat normaal?

Als ik mensen over mijn jeugd vertel, vragen ze wel eens: ‘Hoe heb je dat allemaal kunnen doorstaan?’ Ik denk dat het heeft geholpen dat ik als klein kind al dacht: het is niet normaal wat hier gebeurt. Dit hoort niet zo. Dit wil ik niet. Toen ik ouder werd, heb ik er veel over nagedacht hoe ik het beste met mijn jeugd kon omgaan. Hoe ik ervoor kon zorgen dat ik wat zorgelozer door het leven zou kunnen gaan. Als je een onveilige jeugd hebt gehad, is het funest om te blijven hangen in een slachtofferrol. Je moet het heft in eigen handen nemen. Je moet vastbesloten zijn om weer te leven zoals jij dat wil. Dat is moeilijk. Maar als je dat doet, als je echt die stap zet, dan komen er opeens dingen op je af.

Therapie

Professionele hulp zoeken, is voor mij belangrijk geweest. Ik heb tien jaar therapie gehad. De eerste jaren verliepen stroef, want ik was me aan het verzetten. Ik had natuurlijk ook helemaal geen vertrouwen meer in mensen. Je kunt duizend keer roepen: ik ga het later anders doen. Maar denken alleen is niet genoeg. Je moet echt leren hoe je het anders moet doen. Ik was bijvoorbeeld helemaal niet gewend om conflicten goed op te lossen. Dat heb ik echt moeten leren. Nu kan ik echt op een gezonde manier ruzie hebben met m’n dochter.

Zelfverdediging

Verder ben ik ik twintig jaar geleden begonnen met vechtsport.  Dat heeft me veel goed gedaan. Ik begon met een cursus zelfverdediging en merkte dat ik veel kracht in me had. Leren incasseren en uitdelen. Dat vond ik fascinerend. Ik was er goed in. In karate haalde ik al snel band na band. Door een schouderblessure ben ik daarmee gestopt, maar ik geef nu zelfverdedigingstrainingen aan vrouwen en aan middelbare scholieren. Wat ik zei leer? Mijn belangrijkste les voor hen is altijd dat ze zich ook in gevaarlijke situaties niet onderdanig moeten gedragen.’

Sufjan Stevens ‘Nothing can be changed’

Een paar weken geleden luisterde ik voor het eerst naar Carrie & Lowell. Het veelgeprezen (en terecht!) album van de Amerikaanse muzikant Sufjan Stevens. Hij schreef het album om de dood van zijn moeder te verwerken die in 2012 overleed aan kanker.

Sporadisch

De titel van het album verwijst naar de namen van z’n moeder – Carrie- en stiefvader – Lowell. Z’n moeder was alcoholist, schizofreen en bipolair. Ze verliet het gezin toen Sufjan 1 jaar oud was. Hij groeide op met z’n vader en stiefmoeder. In een gezin waar weinig ruimte was voor intimiteit. Met z’n moeder had hij weinig contact. Zo nu en dan kreeg hij een brief van haar en sporadisch zag hij haar. Maar hij vroeg zich altijd af: Waar is ze en wat doet ze?’.

‘There’s such a discrepancy between my time and relationship with her, and my desire to know her and be with her.’

In een interview dat ik las op de muzieksite Pitchfork zegt Sufjan over zijn moeder: ‘As a kid, of course, I had to construct some kind of narrative so I’ve always had a strange relationship to the mythology of Carrie, because I have such few lived memories of my experience with her. There’s such a discrepancy between my time and relationship with her, and my desire to know her and be with her.’

Discrepantie

Die laatste zin is blijven hangen in m’n hoofd: De discrepantie tussen de tijd die hij met haar doorbracht en de relatie die hij met haar had aan de ene kant en zijn verlangen om haar beter te leren kennen en samen met haar te zijn aan de andere kant. Werkelijkheid en fantasie lagen bij hem dus mijlenver uit elkaar. Ik denk dat veel kinderen die zijn opgegroeid in een onveilige thuissituatie deze discrepantie herkennen.

Het mooie van zijn verhaal vind ik dat hij niet verbitterd overkomt. Integendeel. ‘You can’t change your history. But you can choose to relinquish the anger, and you can choose to recognise that there’s no perfect way to cultivate a person’, zegt hij in het interview. In het liedje ‘Should have known better’, herhaalt hij dit. ‘Nothing can be changed, zingt hij. ‘The past is still the past. The bridge to nowhere’.

Help anderen met jouw ervaring

Inside Stories is  volop in ontwikkeling. Ambities zijn er volop. We willen het online portal worden voor volwassenen die zijn opgegroeid in een onveilige thuissituatie.
Daarom horen we heel graag wat jij wil lezen op Inside Stories.

Vul de vragenlijst in

  • De vragenlijst bestaat uit 10 vragen waarin we vragen naar jouw informatiebehoefte.
  • Invullen kost niet meer dan 10 minuten.
  • Deelname is anoniem. Je hoeft geen e-mail adres in te vullen.

Doe nu mee 

Het verhaal van Anouk

Als Anouk zich rot voelt, gaat ze rennen. Het liefst lange stukken. Hardlopen is al twintig jaar haar eerste hulp bij narigheid.

‘In het jaar dat ik dertig werd ging ik voor het eerst in mijn leven in therapie. Tijdens mijn eerste gesprek met mijn therapeut, vroeg ze me hoe ik omging met stress. Ik dacht daarover na. En vertelde haar dat ik als ik me rot voel, voel dat ik moet gaan bewegen. Ik trek mijn hardloopschoenen aan en ga rennen. Het liefst lange stukken.

‘Hardlopen is mijn ‘eerste hulp bij narigheid’

Rode draad

Na dat eerste gesprek, dacht ik verder na over dat hardlopen. En bedacht me toen dat hardlopen al vanaf mijn zestiende als een rode draad door mijn leven loopt. Hardlopen is mijn ‘eerste hulp bij narigheid’. Herinneringen aan talloze hardloopmomenten kwamen boven.Die keer dat ik een nare, mail van mijn vader kreeg. Met tranen in m’n ogen was ik een flink stuk gaan rennen langs de Amstel. De eerste helft van het rondje was ik in mijn gedachten aan het razen en het tieren. En vertelde ik mijn vader flink de waarheid. Maar hoe langer ik liep, hoe meer ik m’n boosheid en verdriet voelde zakken. Ik kon weer helderder denken, ging dingen in perspectief plaatsen en concentreerde me op m’n lichaam in plaats van op m’n gedachtes.

Onveilig thuis

Of al die rondjes die ik als tiener rende over de hei. Vaak ging ik rennen na ruzies thuis. Tijdens die ruzies voelde ik me klein en nietig. Een sukkel. Maar tijdens het rennen droomde ik weg. Ik dacht aan later en zag mezelf als een globetrotter de wereld over vliegen. Ver van Drenthe. Ver van alle onveiligheid thuis. Ik voelde me sterk en krachtig, als ik de zachte grond onder m’n voeten voelde veren en de frisse buitenlucht inademde.

Andere wereld

Als ik mijn hardloopschoenen thuis weer uittrok, was de situatie niet veranderd. Maar ik wel een beetje. In gedachten was ik even in een andere wereld geweest.’

Inside Stories deelt verhalen over veerkracht. Mensen die een onveilige jeugd hebben gehad, vertellen hierin hoe ze met hun lastige jeugd hebben leren omgaan. Wil jij ook  tips en ervaringen delen? Neem contact met ons op: hallo@insidestories.nl  

Een sprankje boosheid

Hoe weet je of een kind veerkrachtig is? Deze vraag stelde ik vorige week aan een kinderpsycholoog die veel mishandelde kinderen behandelt.

Ik stelde haar die vraag omdat uit onderzoek is gebleken dat veerkrachtige kinderen beter kunnen omgaan met de gevolgen van kindermishandeling.

In de persoonlijkheidsliteratuur wordt veerkracht, resilience, ook wel gezien als een relatief stabiele eigenschap die de omgang van kinderen met hun omgeving, dus ook met een bedreigende omgeving beinvloedt.

Ze dacht zorgvuldig na over haar antwoord en zei toen:

‘Als ik merk dat er bij een kind een sprankje van boosheid is, en dat hoeft echt maar heel weinig te zijn, dan weet ik dat een kind veerkracht heeft. Als een kind boosheid kan voelen omdat hij wordt mishandeld, begrijpt het in ieder geval deels dat die mishandeling niet zijn schuld is. En dat maakt therapie makkelijker.’

Meer lezen over veerkracht? 

Lees bijvoorbeeld het onderzoek over Resilience van de University of Minnesota

© 2018 Inside Stories. All rights reserved.

Theme by Anders Norén.