‘Ik ben blij dat ik de ambities die ik had als jong meisje nooit heb opgegeven’

Op haar zevende nam de Birmese Veronica een belangrijk besluit. 'Ik wil een opleiding afronden. Dan kijkt later niemand op me neer'

‘Mijn vader was een arme, ongeletterde boer. Als zevenjarig meisje zag ik een aantal keren dat mensen misbruik van hem maakten. Zo werd hij een aantal keren afgezet. Dat raakte me. Toen besloot ik: rijk hoef ik niet te worden. Maar een opleiding wil ik wel. Dan hoef ik later niet te werken op het land en kijkt niemand op me neer.’  

 Veronica Aye Lay (37) heeft half lang zwart haar een jeugdige uitstraling en een wat introverte, intelligente blik. Als ze spreekt over haar jeugd en over het belang dat ze altijd heeft gehecht aan het volgen van goed onderwijs, praat ze wat harder en legt wat meer nadruk op haar woorden. Het is duidelijk een onderwerp dat haar raakt.

Goed onderwijs

Voor het volgen van goed onderwijs verhuisde ze van de onherbergzame Shan State in het westen van Birma naar de (toenmalige) hoofdstad Rangoon. Ze vluchtte naar de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur. En ze belandde uiteindelijk via het herhuisvestingsprogramma van de Verenigde Naties (VN) in de Verenigde Staten (VS).

Al bijna vijf jaar woont ze nu samen met haar man Bernadine (38), zoon David (14), en dochters Lucy (11) en Mary (4) in een middelgroot huis in een rustige wijk van Bowling Green, een stad met zo’n 70.000 inwoners in de Amerikaanse staat Kentucky.  Mary is geboren in Bowling Green en daarmee Amerikaans staatsburger. De rest van de familie hoopt dit over drie jaar ook te zijn.

‘Veel vluchtelingen die ik ken, maken lange dagen in restaurants. Dit is een veel betere baan’

Vijf dagen per week stapt Veronica in haar auto en rijdt naar een industrieterrein een paar kilometer verderop. Daar maakt ze kleding samples in een Fruit of the Loom-fabriek. Die samples worden de hele wereld rondgestuurd naar klanten. Het is haar eerste baan in de VS. ‘Ik ben ontzettend blij met dit werk. Veel vluchtelingen die ik ken, maken lange dagen in restaurants, of in autofabrieken. Dit is een veel betere baan. Het werk is niet zwaar en ik leer veel.’ En het levert haar ook nog een extra voordeel op. Als naaister krijgt ze gratis stoffen. ‘Thuis ga ik achter de naaimachine zitten en naai ik broeken, pyjama’s en T-shirts. Het geld dat ik hiermee uitspaar, sturen we naar onze familie in Birma.’

‘We konden zelfs geen pen voor school betalen’

Hoewel ze nog steeds hard moet werken om rond te komen, staat haar leven nu mijlenver af van dat in Birma. ‘In de Chin State waar ik geboren ben, was het leven zwaar en gevaarlijk. Het was er vaak onrustig door strijd met rebellen. Er was veel armoede. Wij woonden in een bamboe hut. Soms aten we dagenlang droge mais. We konden zelfs geen pen voor school betalen.’

Birma is overwegend boeddistisch, maar het gezin van Veronica was katholiek. Haar vader was als jongentje geadopteerd door een Italiaanse priester in Birma. Het katholicisme, zorgde ervoor dat Veronica op haar dertiende een belangrijke stap voorwaarts kon maken: haar ouders stuurden haar naar een katholiek klooster. Ver van huis. Daar kreeg ze les van de nonnen. ‘Ik gedijde goed bij de rust, reinheid en regelmaat die de nonnen nastreefden. Een eigen kamer had ik er niet, maar dat vond ik niet erg. We sliepen allemaal in lange rijen en we bewaarden onze spullen in koffers onder het bed. Mijn familie zag ik nauwelijks. Hoogstens twee keer per jaar. De reis was ver en buskaartjes waren duur.’

Bamboe hutje

Op haar negentiende deed ze eindexamen en vervolgens vertrok ze naar weer een totaal andere omgeving: miljoenenstad Rangoon. Ze was vastberaden om de droom die ze als klein meisje had waar te maken: afstuderen aan de universiteit. Maar het leven in Rangoon was opnieuw niet makkelijk. ‘Ik deelde met zes andere meisjes een bamboe hutje van 30 vierkante meter. Als het hard regende, lekte het dak. We hadden geen keuken, dus we kookten buiten, voor de hut, op kolen. Om geld te verdienen voor haar studie, draaide ze lange dagen in een kleine productiefabriek voor kleding. Vaak werkte ze meer dan tien uur per dag.

Afgestudeerd

Ze had geen geld voor een reguliere universiteit daarom volgde ze afstandsonderwijs. Om de drie maanden had ze een periode les.  Op haar vijfentwintigste, toen ze al getrouwd was met Bernadine en al moeder was van twee kinderen, had ze dan eindelijk het felbegeerde papiertje op zak: ze was afgestudeerd in de Engelse taal. Op haar Facebookpagina staat een van de weinige foto’s die ze nog heeft van haar tijd in Birma. Wat verlegen kijkt Veronica in de camera. Op haar hoofd heeft ze een zwarte vierkante afstudeerhoed met bungelend kwastje.

Ook al had ze een diploma op zak. Het destijds dictoriale Birma bood weinig perspectief. Dus besloot het echtpaar dat ze met hun kinderen moesten vluchten. Naar Maleisië. De tropische moslimstaat zou een tussenstation zijn voor een nieuw leven in Australië of de VS. Bernadine vertrok eerst. Pas twee jaar later was er genoeg geld gespaard voor smokkelaars om ook Veronica, David en Lucy te laten gaan.

‘Ik was zo bang tijdens die tocht’

De tocht van Birma naar Maleisië, was een tocht vol obstakels. Eerst was er een urenlange reis met een groep van 22 mensen zonder eten en drinken in een overvolle truck naar Thailand. In Thailand werden ze opgepakt door de politie. Na een angstige week in een smerige Thaise gevangenis, werd het gezelschap vrijgekocht.

Vervolgens liep Veronica ruim tien uur te voet door de jungle en over uitgestrekte rubberplantages. Lucy was destijds twee en zat in een draagdoek die Veronica achterop haar had rug geknoopt. David was vier en liep aan haar hand. Af en toe nam iemand van het groepje David even op zijn rug zodat hij kon uitrusten. ‘Ik was zo bang tijdens die tocht. Het was aardedonker. Heel in de verte schemerde wat licht van de zaklamp van de smokkelaar die vooropliep. De grond was oneffen. En ik was bang dat ik zou struikelen over boomwortels. Eindelijk bereikten ze de Maleise grens. En een paar uur later viel ze na ruim twee jaar Bernadine weer in zijn armen.

Onzeker tussenstation

Maleisië bleek een onzeker tussenstation. Het gezin woonde in een schamel gemeubileerd, vervallen appartement boven een winkel. Ze kwamen rond van een paar dollar per dag. Voortdurend was er de angst voor een inval van de politie die regelmatig razzia’s hield. Veronica voelde zich vaak wanhopig en piekerde veel over hun toekomst. Zouden ze worden uitgekozen voor het herhuisvestingsprogramma van de VN?

Goed onderwijs bleef een prioriteit voor Veronica. In dit geval niet voor haar, maar voor zoon David. ‘We hebben drie jaar in Maleisië gewoond. En al die tijd gaf ik David thuis les. Ik leerde hem rekenen en tikte een paar Engelse boekjes op de kop en zo kreeg hij zijn eerste Engelse woordjes onder de knie.’ Bernadine maakte lange dagen als koerier voor medicijnen. Maar als hij op zondag vrij was, speelde hij vaak een potje schaak met de leergierige David.

‘Ik was zo ontzettend blij. Ik kon niet meer eten of slapen’

Toen was daar ineens na jarenlang onzekerheid het verlossende bericht: de VN had hun aanvraag gehonoreerd. De VS wilde hun herhuisvesten. ‘Ik was zo ontzettend blij. Ik kon niet meer eten of slapen. En ik dacht alleen maar: straks zijn we geen vluchteling meer. En kunnen we eindelijk een toekomst opbouwen.’

De eerste keer dat ik ons huis hier in Bowling Green binnenstapte, voelde het alsof ik droomde. Er stond een slaapkamer en een bank. We hadden kasten, een magnetron, een eettafel, stoelen en een televisie. Die spullen zijn in Birma alleen voor de rijken.’

Zekerder

Dat ze David jarenlang thuisonderwijs had gegeven, bleek in Bowling Green zijn vruchten af te werpen. David kon met steun van, opnieuw, de katholieke kerk, naar een elitaire katholieke privéschool. Al in z’n eerste jaar behoorde hij tot de besten van de klas. ‘Ik hoef nooit tegen hem te zeggen dat hij huiswerk moet maken. Dat doet hij altijd uit zichzelf. Wat hij wil worden? Militair. Niet omdat hij per se soldaat wil worden. Maar omdat hij als militair gratis toegang kan krijgen tot universiteiten. De appel valt niet ver van de boom. Ook dochter Lucy behoort tot een van de besten van haar klas. ‘Ik ben trots op m’n kinderen en voel me nu veel zekerder over hun toekomst. Ik ben blij dat ze straks kunnen studeren. En zelf kunnen kiezen wat ze willen worden.’

‘Ik zou heel graag weer de schoolbanken ingaan’

Nu haar leven in een wat rustiger vaarwater is gekomen, is er weer ruimte voor haar eigen ambities. ‘Ik zou heel graag weer de schoolbanken ingaan. Als tiener wilde ik heel graag verpleegkundige te worden. Daar was toen geen geld voor. Maar dat zou ik nog steeds het liefst doen. Ik droom ervan om patiënten helpen en verzorgen en wil ze aanmoedigen om er ondanks tegenslag weer bovenop te komen.’

Ik ben blij dat ik de ambities die ik als jong meisje in Birma had nooit heb opgegeven. Tegen andere vrouwen zou ik dan ook willen zeggen: geef de hoop niet op. Probeer je dromen waar te maken.’