‘Veel van mijn vriendinnen zijn getrouwd en zitten thuis. Ik reis betaald door India’

Anjali Singh is reisleider in India. Een gedurfde keuze voor een vrouw. Indiërs vinden namelijk dat reisleider een mannenberoep is.

Anjali - reisleider

Haar tip 

‘Ik vind dat je als vrouw economisch onafhankelijk moet zijn en voor jezelf moet zorgen.’

Anjali Singh is reisleider in India. Een gedurfde keuze voor een vrouw. Indiërs vinden namelijk dat reisleider een mannenberoep is. En helemaal gedurfd gezien haar achtergrond. Ze groeide op in een dorp op het conservatieve platteland in Noord-India. Toen ze jong was, mocht ze alleen onder begeleiding van een mannelijk familielid naar de markt. ‘Veel van mijn vriendinnen zijn getrouwd en zitten thuis. Ik reis betaald door India’.

Anjali is die ochtend met de trein in hoofdstad Delhi aangekomen. Na een trip van een week door Noord-India. Zeker nu het hoogseizoen is, doorkruist ze bijna continu India en Nepal. Maar geen spoortje van vermoeidheid. Ze praat energiek en vol enthousiasme over haar werk. Ze is casualgekleed in een blauw gestreept T-shirt, sneakers en een spijkerbroek.

Hemelsbreed

Samen met haar zus deelt Anjali een appartement in metropool Delhi. Een wereld die hemelsbreed verschilt van het dorp Siwan waarin ze opgroeide. Siwan ligt in de Indiase deelstaat Bihar. ‘Toen ik jong was, was er in het dorp geen supermarkt, restaurant, of fatsoenlijke schoenenwinkel. Wat ik wist van de wereld beperkte zich tot wat ik zag op televisie: Bollywoodfilms en af en toe een nieuwsprogramma. Op m’n twaalfde bezocht ik pas voor het eerst de hoofdstad van Bihar.’

Bij het bedrijf waar ze werkt, Intrepid Travel, een Australische reisorganisatie, worden mannelijke en vrouweljke reisbegeleiders gelijk behandeld. En dat is progressief, zeker voor India. Het land prijkte vorig jaar op plaats 131 van de Gender Inequality Index, een lijstvan 181 landen die de Verenigde Naties jaarlijks opstelt.

Intrepid Travel

De werkvloer van het kantoor van Intrepid Travel in Delhi ademt dan ook een sfeer van gelijkheid. Nonchalant geklede mannen en vrouwen zitten er zij aan zij achter beeldschermen zitten. Het bedrijf streeft naar een fifty-fifty-verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke gidsen. Dat doel vordert gestaag. Vorig jaar waren er drie vrouwelijke reisbegeleiders. Nu staat de teller op 11 van de 67.

 ‘Mevrouw, is er ook een mannelijke begeleider van deze groep?’

De conservatieve Indiase samenleving moet volgens Anjali vaak nog wennen aan een vrouwelijke reisbegeleider. ‘Als ik uitstap op een treinstation, gevolgd door een groep van zestien toeristen, voel ik de blikken en hoor ik het gefluister: ‘Kijk, een meisje dat een groep buitenlanders begeleidt.’ En als ik met tuktuk-chauffeurs onderhandel over de prijs van een ritje, vragen ze vaak, licht sarcastisch: ‘Mevrouw, is er ook een mannelijke begeleider van deze groep?’ Tijdens de training voor reisleider leerden we dat je alleen met geduld dingen kunt veranderen. Dus ik antwoord dan heel beleefd en rustig: ‘Ik ben de leider. Ik betaal je. En ik geef je de instructies.’

Rolmodel

Ze lacht als ze vervolgens de vraag krijgt of ze een rolmodel is voor Indiase vrouwen. ‘Rolmodel vind ik een groot woord. Ik zou mezelf eerder een goed voorbeeld noemen. Voor veel Indiase vrouwen is trouwen hun hogere doel in het leven. Ik denk dat dat anders kan. Ik vind dat je als vrouw economisch onafhankelijk moet zijn en voor jezelf moet zorgen.’

In haar woorden weerklinken de woorden die ze als klein meisje altijd hoorde van haar vooruitstrevende moeder. En die woorden verklaren ook deels haar drang naar economische onafhankelijkheid. ‘Van jongs af aan prentte mijn moeder me in: word nooit afhankelijk van een man. Zorg voor je eigen economische zelfstandigheid. Mijn moeder werd op haar zeventiende uitgehuwelijkt en moest toen stoppen met school. Ze vond het heel lastig dat ze geen eigen inkomen had.’

Joined Family

Zoals gebruikelijk op het Indias platteland groeide Anjali op in een joined family. Ze woonde samen met haar ouders en twee zusjes onder één dak met haar vaders familie. Haar ouders hadden een open geest en vonden dat meisjes gelijkwaardig waren aan jongens. Maar haar oma, de baas van hun huishouden, dacht daar anders over. ‘Mijn oma vond jongens belangrijker dan meisjes. Jongens mochten doen wat ze wilden. Wij – meisjes- moesten nadenken voordat we iets deden. Mijn oma zei altijd: ken je beperkingen. Heb respect voor je familie en je cultuur. Doe jij iets verkeerd? Dan spreekt het dorp er schande van. Bij alles wat ik deed hoorde ik dan ook een stemmetje in m’n achterhoofd dat zei: gedraag je goed; anders gaan mensen klagen.’

‘Toen mijn vader me naar een goede middelbare school wilde sturen, was de gemeenschap het daar ook mee oneens’

Haar familie lag sowieso al onder een vergrootglas, want haar ouders hadden geen zoons. En in het traditionele India worden dochters gezien als een last. Een dochter moet je namelijk een bruidsschat meegeven. En omdat een dochter na haar huwelijk intrekt bij de familie van haar man, is ze ook geen goede oudedagsvoorziening. ‘Toen mijn vader me naar een goede middelbare school wilde sturen, was de gemeenschap het daar ook mee oneens.

Kostschool

‘Waarom besteed je geld aan onderwijs voor je dochter? Dat is zonde. Zet dat geld liever opzij voor haar bruidsschat’, hoorde hij van zijn dorpsgenoten. Maar, haar vader hield zijn rug recht. Dus ging Anjali als een van de weinige meisjes uit haar dorp naar een goede, duurdere middelbare kostschool in de hoofdstad van de deelstaat.

Het diploma van die school, was een springplank voor haar naar Delhi, de hoofstad van India. Daar studeerde ze aan de prestigieuze, door de overheid gerunde, hogeschool voor het toerisme. ‘Hoewel ik nog nooit van mijn leven een toerist had gezien, was de keus voor mij simpel. Ik was slecht in exacte vakken, maar goed in aardrijkskunde en dus werd het toerisme. Mijn ouders vonden het helemaal geen goed idee. Ze dachten dat ik nooit een baan zou vinden.’

‘Betaald worden om te reizen. Ik wist zeker dat dit was was ik wilde’

De eerste maanden in Delhi was Anjali onzeker. ‘Mijn medestudenten kwamen allemaal uit de stad. Ik had traditionele Indiase kleren aan, praatte anders, sprak minder goed Engels en was minder zelfverzekerd. Maar haar zelfvertrouwen groeide. En met haar diploma op zak, koos ze ervoor om reisleider te worden. Dat het een door mannen gedomineerde wereld was, schrok haar niet af. ‘Ik had geen zin in een 9-tot-5-baan. Een groep leiden. Betaald worden om te reizen. Ik wist zeker dat dit was was ik wilde. En, het was mijn beste beslissing ooit.’

‘Daarna voelde ik me heel sterk en was ik trots op mezelf’.

Mijn ouders vroegen zich eerst af of ik dat wel kon, een groep begeleiden. Nu vertrouwen ze erop dat ik dat kan. Ik doe dit werk nu een paar jaar en heb me gelukkig nog nooit onveilig gevoeld. Maar ik heb natuurlijk weleens lastige situaties meegemaakt. Een voorbeeld? Op een avond arriveerde ik met een groep van twaalf, waarvan elf vrouwen en één man, op een uitgestorven stationnetje van een klein dorp. Daar doken plotseling vier riksja-chauffeurs op. Ze keken me dreigend aan en maakten denigrerende opmerkingen. Zonder enige stemverheffing zei ik: ‘Zo praat je niet tegen mij. Ik ben niet bang voor jullie. ‘We zien je zo wel buiten”, riepen ze me na toen ze afdropen. Buitengekomen zag ik ze weer staan. Ik liep op ze af en zei: ‘Jullie wilden me zien? Hier ben ik. En ik kom hier elke paar weken. Als jullie me nog een keer lastigvallen, heb je een groot probleem.’ Vervolgens stelde ik mijn groep gerust en reden we weg in tuktuks. Daarna voelde ik me heel sterk en was ik trots op mezelf en ik dacht: ik kan dit; ik kan voor de veiligheid van mijn groep zorgen.’

Geboorteplaats

Haar familie woont nog steeds in haar geboorteplaats Siwan. Haar oma is nu ontzettend trots op haar progressieve kleindochter. ‘Als ze theedrinkt met vriendinnen vertelt ze graag dat ik vloeiend Engels spreekt en voor een Australisch bedrijf werk. En als ik op reis ben, belt ze me vaak op. Of ik haar wil vertellen wie er in mijn groep zitten en uit welk landen ze komen. En of ik haar ook nog even een foto wil sturen van m’n groep.’